Betrokkene verblijft sinds 26 maart 2026 in een zorginstelling op grond van een crisismaatregel vanwege een ernstige psychotische depressie, veroorzaakt door een hackincident bij zijn werkgever. Ondanks vrijwillige opname weigert betrokkene medicatie in te nemen, wat leidt tot verslechtering van zijn toestand en risico op ernstig lichamelijk letsel en psychische schade.
Tijdens de zitting op 30 maart 2026 gaf betrokkene aan last te hebben van bijwerkingen van de medicatie, zoals duizeligheid en desoriëntatie, en verzet hij zich tegen verplichte medicatie, hoewel hij instemt met opname. De behandelaar en begeleiders benadrukken het ontbreken van ziekte-inzicht en het belang van medicatie, voeding en medische controles om verdere achteruitgang te voorkomen.
De rechtbank concludeert dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en dat verplichte zorg noodzakelijk is. Minder bezwarende alternatieven ontbreken. Daarom verleent de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met de gevraagde vormen van zorg voor drie weken, tot 20 april 2026.