De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, geboren in 2010 en 2012, die bij hun moeder wonen. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar er is sprake van een langdurige en complexe vechtscheiding waarbij de minderjarigen lijden onder loyaliteitsconflicten en spanningen.
Tijdens de zitting met gesloten deuren op 30 maart 2026 zijn de ouders, hun advocaten en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig geweest. De minderjarigen zijn gehoord en hun mening is besproken. De GI benadrukt de noodzaak van verlenging vanwege de ernstige bedreigde ontwikkeling, de inzet van het intensieve MST CAN-traject en het waarborgen van contact met de vader.
De moeder staat open voor hulpverlening maar wenst een kortere verlenging dan de GI vraagt. De vader stemt in met verlenging uit vrees het contact met de kinderen te verliezen. De kinderrechter constateert dat ondanks hulpverlening de zorgen toenemen, met name door de voortdurende strijd tussen ouders en de impact daarvan op de kinderen.
De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld en verlengt de ondertoezichtstelling van 4 april 2026 tot 4 april 2027. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.