Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3534

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
C/02/446177 / FA RK 26-1405
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Phillips
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang (Wzd)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens psychogeriatrische aandoening

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1951, vanwege zijn psychogeriatrische aandoening, M. Alzheimer. De zitting vond plaats op 30 maart 2026, waarbij betrokkene en zijn casemanager werden gehoord. Betrokkene verzette zich tegen opname en gaf aan tevreden te zijn met de huidige zorg.

De casemanager lichtte toe dat betrokkene 24-uurs zorg nodig heeft en dat de thuissituatie problematisch is, mede door agressief gedrag en het ontbreken van passende dagbesteding. Betrokkene herkent zijn echtgenote niet altijd en kan haar zelfs buitenzetten of de politie bellen. Ook is er gevaar doordat betrokkene wil autorijden zonder rijbewijs.

De rechtbank oordeelde dat het gedrag van betrokkene leidt tot ernstig nadeel, waaronder psychische schade en gevaar voor veiligheid. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven dan opname, aangezien medicatie onvoldoende werkt en dagopvang wordt geweigerd. Daarom werd de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden toegekend, met als doel het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door psychogeriatrische aandoening.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446177 / FA RK 26-1405
Datum uitspraak: 30 maart 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1951 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. H. van der Sluis-Westerlaan uit Oosterhout.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , casemanager.
1.3.
Tevens waren bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar zijn niet gehoord:
  • mevrouw [persoon 2] , echtgenote;
  • mevrouw [persoon 3] , ex-schoondochter.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het uitstekend met hem gaat en dat hij tevreden is met de zorg zoals hij die nu ontvangt. Verder geeft betrokkene aan dat hij niet akkoord gaat met het verzoek. Er worden van geintjes hele grote dingen gemaakt en daar is betrokkene het niet mee eens.
3.2.
De casemanager verklaart dat er gewerkt is naar een verblijf in de [accommodatie] . Betrokkene heeft een rondleiding gekregen en mensen gebeld dat hij ging verhuizen. Op het moment van de kamer bekijken wilde betrokkene ineens niet meer verhuizen. Voorts geeft de casemanager aan dat, gelet op het verleden, de dagbesteding in de buurt op een boerderij niet mogelijk is. Er zijn verschillende dagbestedingen geprobeerd maar allen niet passend bij betrokkene. Betrokkene ontvangt een paar uur individuele begeleiding maar dit dekt niet de hele week. Hij heeft 24-uurs zorg en begeleiding nodig. Daarnaast herkent betrokkene niet altijd zijn echtgenote en kan hij haar op momenten buiten zetten of de politie bellen.
3.3.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Op dit moment is er geen sprake van een onhoudbare situatie die een rechterlijke machtiging rechtvaardigt. Het is te vroeg om betrokkene tegen zijn wil in te laten verhuizen.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten M. Alzheimer.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: ernstige psychische schade en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de echtgenote van betrokkene overbelast is geraakt doordat betrokkene enerzijds 24 uur per dag afhankelijk is van haar, maar ook door agressieve en geagiteerde momenten. Voorts wil betrokkene autorijden terwijl hij geen rijbewijs meer heeft en daarmee veroorzaakt hij een gevaar voor zichzelf en/of voor andere weggebruikers. De echtgenote verstopt nu de sleutels, maar de wens van betrokkene om auto te rijden is er nog steeds. Betrokkene heeft geen inzicht in zijn ziekte en accepteert niet dat hij hierin wordt beperkt. Voorts kan betrokkene zijn echtgenote boos en hardhandig aanpakken als ze hem probeert tegen te houden.
4.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er is voldoende gebleken dat de thuissituatie van betrokkene steeds problematischer wordt. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig en die kan in de thuissituatie niet worden geboden.
4.5.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft bij een rondleiding in een accommodatie aan dat hij onder geen beding opgenomen wenst te worden.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de overgelegde stukken blijkt dat in de thuissituatie niet de benodigde zorg kan worden geleverd. Betrokkene wenst niet naar de dagopvang te gaan en medicatie heeft onvoldoende effect. Er is dan geen ander alternatief dan opname van betrokkene.
4.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1951 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2026 door mr. Phillips, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 1 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.