AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg gedurende twaalf maanden
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 30 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1984. De zitting vond plaats met gesloten deuren, waarbij betrokkene, haar advocaat en een psychiater werden gehoord.
Uit de medische stukken en verklaringen blijkt dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, alsmede aan middelgerelateerde en verslavingsstoornissen. Deze aandoeningen veroorzaken ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen. Betrokkene leidt een zwervend bestaan, is afhankelijk van drugs en vertoont hinderlijk en dreigend gedrag.
De psychiater benadrukte dat verplichte zorg noodzakelijk is om in te grijpen bij momenten van toenemende psychose en middelengebruik, waarbij betrokkene het overzicht verliest. Betrokkene zelf erkent de noodzaak van opname om stabiliteit en opvang te regelen. De rechtbank concludeert dat vrijwillige zorg niet mogelijk is vanwege het ontbreken van ziekte-inzicht en ambivalentie ten aanzien van behandeling.
De rechtbank wijst de gevraagde zorgmachtiging toe voor de duur van twaalf maanden, waarbij diverse vormen van verplichte zorg worden toegestaan, zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, onderzoek van kleding en verblijfsruimte, en opname in een accommodatie. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar. De beschikking is op 30 maart 2026 mondeling gegeven en op 1 april 2026 schriftelijk vastgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden voor verplichte geestelijke gezondheidszorg aan betrokkene.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446226 / FA RK 26-1437
Datum uitspraak: 30 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) in [plaats] ,
advocaat mr. P.R. Klaver uit Bergen op Zoom.
1.Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
de heer [persoon 1] , psychiater.
1.3.
Tevens was bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar is niet gehoord:
- mevrouw [persoon 2] , SPV’er.
2.Wat vaststaat
2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 27 april 2026.
3.Het verzoek
3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4.De standpunten
4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het op dit moment best redelijk met haar gaat. Betrokkene is op dit moment dakloos en is nogal overspannen, mede door het verlies van een vriend een maand geleden. Daarnaast heeft betrokkene al een paar dagen de medicatie niet genomen die zij nodig heeft. Betrokkene wil een opname zodat ze in die tijd iets kan regelen voor opvang en geholpen kan worden.
4.2.
De psychiater verklaart dat er momenten zijn waarop betrokkene zichzelf aan het verliezen is in onder andere middelengebruik waardoor zij het niet meer overziet en toenemend psychotisch raakt. Op die momenten moet er kunnen worden ingegrepen door de behandelaren. Wanneer betrokkene eenmaal gestabiliseerd is dan trekt zij ook snel haar eigen plan, aldus de psychiater. De zorgmachtiging is nodig als stok achter de deur bij betrokkene. Insluiten is volgens de psychiater niet aan de orde.
4.3.
De advocaat geeft aan dat betrokkene instemt met de zorgmachtiging. Het is duidelijk dat betrokkene stabiliteit wil en houvast. Een zorgmachtiging is dan belangrijk als stok achter de deur.
5.De beoordeling
5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middel gerelateerde en verslavingsstoornissen en overige DSM-5 stoornissen.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene vanuit haar psychotisch toestandsbeeld, geluxeerd door middelengebruik, zichzelf verwaarloost en overlast veroorzaakt. Betrokkene leidt een zwervend bestaan, is sterk afhankelijk van drugs en komt veelvuldig in aanraking met politie en justitie. Betrokkene toont zich oninvoelbaar en dreigend waardoor ze haar steunsysteem is verloren. Tevens bestaat het gevaar dat betrokkene slachtoffer wordt van derden die misbruik maken van haar kwetsbare positie.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het ontbreekt betrokkene aan ziekte-inzicht. Betrokkene is het niet eens met de diagnose en is ambivalent ten aanzien van de noodzakelijke behandeling. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.
6.De beslissing
De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 maart 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2026 door mr. Phillips, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 1 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.