De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om een voorwaardelijke machtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige. Eerder was een machtiging verleend voor de periode van 8 januari tot 9 april 2026. Het resterende verzoek betrof verlenging van 9 april tot 8 juli 2026.
Tijdens de zitting op 30 maart 2026 werd vastgesteld dat de minderjarige het traject bij een kliniek had doorlopen en sinds 11 maart 2026 weer thuis woont. Hoewel hij geen middelen meer gebruikt, houdt hij zich niet aan de afspraken, gaat sporadisch naar meetings, mist veel school en vertoont verbaal agressief gedrag. De ouders en het college gaven aan dat het gedrag en de veiligheid nog onvoldoende zijn verbeterd.
De kinderrechter concludeerde dat ondanks het positieve effect van het verblijf bij de kliniek, de minderjarige onvoldoende gedragsverandering toont en de voorwaarden niet naleeft. Daarom wordt het resterende verzoek toegewezen en wordt de voorwaardelijke machtiging verlengd. De minderjarige krijgt een laatste kans om verantwoordelijkheid te nemen, met steun van zijn ouders en het college, om een positieve gedragsontwikkeling te realiseren.