Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden van 14 km per uur te hard op een weg buiten de bebouwde kom. Tegen deze boete is beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens is beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) die de boete oplegde niet bevoegd was, omdat deze BOA was aangesteld binnen het domein generieke opsporing en niet specifiek voor verkeershandhaving. Tevens was de taakomschrijving van de BOA niet kenbaar gemaakt, waardoor toetsing van de bevoegdheid niet mogelijk was.
De officier van justitie stelde dat er geen reden was om aan de bevoegdheid van de verbalisant te twijfelen, verwijzend naar vaste jurisprudentie. De kantonrechter oordeelde dat de enkele betwisting onvoldoende is om de bevoegdheid te betwijfelen en dat volgens vaste rechtspraak mag worden uitgegaan van de bevoegdheid van de verbalisant tenzij concrete aanwijzingen ontbreken.
De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd op 9 maart 2026 in Middelburg gedaan door kantonrechter M. Breeman.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.