Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het rijden met een snelheid van 14 km per uur boven de toegestane limiet op een weg buiten de bebouwde kom. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, stellende dat de sanctie was opgelegd door een onbevoegde persoon, aangezien de verbalisant werd aangeduid als 'Medewerk(st)er Zonder Rang' en er geen bewijs was van diens bekwaamheid voor het bedienen van de meetapparatuur.
De kantonrechter overwoog dat volgens vaste rechtspraak de bevoegdheid van de ambtenaar het uitgangspunt is en dat de enkele betwisting daarvan onvoldoende is om aan te nemen dat de verbalisant onbevoegd was. Ook het ontbreken van certificaten leidt niet tot gerede twijfel over de bekwaamheid. Uit het proces-verbaal bleek dat de verbalisant een buitengewoon opsporingsambtenaar was.
Daarnaast werd het beroep verworpen wegens het ontbreken van overschrijding van de redelijke termijn. De boete werd op 17 maart 2024 kenbaar gemaakt en de zitting vond plaats op 9 maart 2026, binnen de toegestane termijn van twee jaar.
De kantonrechter wees het beroep af en wees het verzoek om proceskostenvergoeding eveneens af. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M. Breeman op 9 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.