Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden met een snelheid van 6 km per uur boven de toegestane limiet op een weg buiten de bebouwde kom. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, waarbij werd aangevoerd dat de buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) die de boete oplegde niet bevoegd zou zijn tot het opleggen van deze sanctie. De BOA was aangesteld binnen het domein generieke opsporing, maar de specifieke taakomschrijving was niet kenbaar gemaakt.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en de kantonrechter behandelde de zaak op 9 maart 2026. De kantonrechter oordeelde dat de enkele betwisting van de bevoegdheid onvoldoende is om te twijfelen aan de bevoegdheid van de verbalisant. Volgens vaste rechtspraak mag in beginsel worden uitgegaan van de bevoegdheid van de BOA, tenzij concrete aanwijzingen het tegendeel bewijzen.
De kantonrechter verwees naar jurisprudentie van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ter onderbouwing van dit standpunt. Er waren geen concrete aanknopingspunten om aan de bevoegdheid van de BOA te twijfelen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M. Breeman en griffier L.I.M. Appels en is openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens 6 km/u te hard rijden buiten de bebouwde kom wordt ongegrond verklaard.