Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden met een snelheid van 12 km per uur boven de toegestane limiet op een weg buiten de bebouwde kom. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, waarbij werd aangevoerd dat de buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) die de boete oplegde niet bevoegd zou zijn tot het opleggen van deze sanctie. De BOA was aangesteld binnen het domein generieke opsporing, maar de specifieke taakomschrijving was niet kenbaar gemaakt.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en verwees naar jurisprudentie die de bevoegdheid van de BOA bevestigt. De kantonrechter stelde vast dat de enkele betwisting van de bevoegdheid onvoldoende is om aan te nemen dat de BOA niet bevoegd was. Volgens vaste rechtspraak mag in beginsel worden uitgegaan van de bevoegdheid van de verbalisant, tenzij concrete aanwijzingen het tegendeel bewijzen.
De kantonrechter zag geen reden om de boete te matigen en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.