Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] AG
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens 6 km per uur te hard rijden buiten de bebouwde kom op 14 oktober 2024. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat het beroep bij de officier van justitie niet tijdig was ingediend, aangezien de wettelijke termijn van zes weken was verstreken. Betrokkene heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Daarom was het beroep bij de officier van justitie terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond en kwam daardoor niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de verkeersboete. De uitspraak werd gedaan op 9 maart 2026 en betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de beslissing.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het eerdere beroep is ongegrond verklaard wegens te late indiening.