Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3574

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
25/3427
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid bezwaar individuele inkomenstoeslag wegens te late indiening

Eiseres diende bezwaar in tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om haar aanvraag voor een individuele inkomenstoeslag af te wijzen. Het bezwaar werd echter pas na de wettelijke termijn van zes weken ingediend, waardoor het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het bezwaar te laat was ingediend en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Hoewel eiseres cognitieve problemen heeft, acht de rechtbank deze niet zodanig dat zij niet tijdig op brieven van het college kon reageren. Bovendien had zij hulp kunnen inschakelen.

Daarnaast overweegt de rechtbank dat eiseres vanwege haar vermogen, waaronder een woning in het buitenland met een waarde boven de vermogensgrens, geen recht had op de individuele inkomenstoeslag, ook als het bezwaar tijdig was ingediend.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het besluit van het college blijft staan. Eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening van het bezwaar en onvoldoende verschoonbaarheid.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3427
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, het college.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar van eiseres van 28 maart 2025 tegen het besluit van 20 januari 2025.
1.1.
Het college heeft met het besluit van 20 januari 2025 de aanvraag van eiseres voor een individuele inkomenstoeslag afgewezen. Met het bestreden besluit van 28 mei 2025 heeft het college het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 28 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en namens het college [gemachtigde] .
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank moet ten eerste de vraag beantwoorden of het college terecht heeft besloten het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 20 januari 2025 niet-ontvankelijk te verklaren. Eiseres had zes weken de tijd om bezwaar te maken. Zij had dus tot en met 3 maart 2025 om haar bezwaar in te dienen. Pas op 28 maart 2025 heeft zij een reactie via de mail gestuurd, die door het college is aangemerkt als bezwaarschrift. Dit is meer dan drie weken later. Het bezwaar van eiseres is dus te laat ingediend.
3. De volgende vraag is of sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Hiervoor dient eiseres een hele goede reden te hebben. Eiseres voert aan dat ze cognitieve problemen heeft en het allemaal niet goed kan overzien. De rechtbank acht het, op basis van de medische stukken, aannemelijk dat eiseres cognitieve problemen heeft, maar niet zodanig dat zij niet (tijdig) kan reageren op brieven van het college. Bovendien had eiseres anderen kunnen inschakelen om haar te helpen bij het indienen van bezwaar, bijvoorbeeld haar kinderen. Het college heeft het bezwaar van eiseres dus terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond.
4. Ten overvloede merkt de rechtbank het volgende nog op. Een individuele inkomenstoeslag krijg je pas als er sprake is van een laag inkomen en weinig vermogen. Het staat vast dat eiseres vermogen heeft in de vorm van een woning in Griekenland, met een waarde ver boven de vermogensgrens van (destijds) € 7.575,- . Dus ook als het bezwaar wel op tijd was geweest, dan was er geen recht op een individuele inkomenstoeslag.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiseres niets verandert. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
6. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 april 2026 door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.H. Meulensteen, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.