ECLI:NL:RBZWB:2026:3586

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
C/02/446111 / FA RK 26-1369
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Donders
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte medicatie bij psychotische stoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 31 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1950, die lijdt aan een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis.

Betrokkene werkt vrijwillig mee aan de behandeling, maar heeft een ambivalente houding ten aanzien van medicatie en wil deze liever niet gebruiken vanwege eerdere bijwerkingen. De verpleegkundig specialist en verpleegkundige in opleiding tot specialist gaven aan dat medicatie noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen, waaronder agressie, lichamelijk letsel en financiële schade. Medische controles zijn volgens hen ook wenselijk, maar betrokkene werkt hier al vrijwillig aan mee.

De rechtbank oordeelt dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis en dat er geen passende zorg op vrijwillige basis mogelijk is. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk. De rechtbank verleent de zorgmachtiging voor zes maanden en legt als verplichte zorg het toedienen van medicatie op, maar wijst het verzoek voor verplichte medische controles af om betrokkene de kans te geven hier vrijwillig aan mee te werken.

De beslissing is genomen met het oog op het bevorderen van deelname aan het maatschappelijk leven en de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Zorgmachtiging verleend voor zes maanden met verplichte medicatie, medische controles afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446111 / FA RK 26-1369
Datum uitspraak: 31 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1950 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
advocaat mr. M. Timmermans-Roelands uit Bergen op Zoom.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , verpleegkundige in opleiding tot specialist (hierna: VIOS);
  • mevrouw [persoon 2] , verpleegkundig specialist;
1.3.
De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene vindt een zorgmachtiging niet nodig, hij werkt vrijwillig mee. Betrokkene wil liever geen medicatie die op zijn gevoel werkt. Hij wil überhaupt niet te veel medicatie omdat hij in het verleden een maagbloeding heeft gehad. Betrokkene zou graag terug willen naar [plaats 2] of [plaats 3] . Hij vindt de omgeving hier, vanwege de hevige problemen van andere bewoners, erg zwaar.
3.2.
De VIOS zegt dat betrokkene goed in de samenwerking is, maar dat hij hier niet helemaal naar zijn zin zit. Betrokkene is hier komen wonen om dichterbij zijn zoon te zijn en omdat er op de vorige plek niet altijd voldoende zorg aanwezig was. Betrokkene moet erg wennen hier. De VIOS zegt dat betrokkene tijdens de intake heeft aangegeven geen psychische medicatie nodig te hebben. Het is volgens de VIOS lastig in te schatten wat op vrijwillige basis kan en wat niet, omdat ze betrokkene nog maar kort kennen en hij een ambivalente houding heeft ten aanzien van de medicatie. De VIOS zegt dat medicatie nodig is en dat ze daarnaast vanwege de leeftijd van betrokkene graag medische controles uitvoeren om te kunnen zien hoe het lichamelijk gaat.
3.3.
De verpleegkundig specialist bevestigt dat betrokkene ambivalent is ten aanzien van de medicatie. Ze geeft ook aan dat in het verleden meermaals, zonder antipsychotica, een beeld is ontstaan waarin geen enkele samenwerking mogelijk was met betrokkene. Er is dan ook agressie. De verpleegkundig specialist geeft aan dat medicatie en medische controles dan nodig zijn om op een veilige manier met behandeling te kunnen starten.
3.4.
De advocaat pleit primair voor het afwijzen van het verzoek. Betrokkene heeft de afgelopen periode sinds hij hier is meegewerkt aan de noodzakelijke behandeling. Subsidiair kan de advocaat zich erin vinden als medicatie als vorm van verplichte zorg zou worden opgenomen in de zorgmachtiging, maar ze pleit daarbij wel voor het afwijzen van medische controles. Betrokkene werkt hier al jaren aan mee en de verwachting is ook dat hij dat blijft doen. Dat het zou kunnen dat betrokkene ooit wel gaat weigeren, vindt de advocaat onvoldoende. Ze vindt het belangrijk dat betrokkene een kans krijgt om het zelf te gaan doen. De advocaat geeft nog aan dat betrokkene zich hier niet op zijn plek voelt en dat ze gaan kijken of het mogelijk is dat betrokkene ergens anders gaat wonen.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat wanneer betrokkene psychotisch ontregelt hij agressief en dreigend gedrag laat zien. Betrokkene heeft eerder in een psychotische toestand een medebewoner getrapt en op het hoofd geslagen. Hierdoor loopt hij het risico zijn huidige woonplek te verliezen. Bij eerdere psychotische ontregelingen was ook sprake van seksueel ontremd gedrag en provocerend gedrag.
Ook bestaat er een risico op financiële schade omdat betrokkene in psychotische toestand tweemaal het financiële overzicht verloor en in schulden kwam. Hiervoor heeft hij inmiddels een bewindvoerder. Daarnaast heeft betrokkene dagelijks hulp en ondersteuning nodig met zijn ADL-zorg.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de stukken blijkt dat betrokkene vindt dat hij geen zorgmachtiging nodig heeft en dat hij wil stoppen met de medicatie vanwege de bijwerkingen. Tijdens de mondelinge behandeling zegt betrokkene de zorgmachtiging nog steeds niet nodig te vinden. Hij werkt vrijwillig mee. De verpleegkundig specialisten geven aan dat betrokkene erg ambivalent is ten aanzien van de nodige zorg en behandeling. De rechtbank heeft er hierdoor onvoldoende vertrouwen in dat betrokkene continue zorg op vrijwillige basis blijft accepteren. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.7.
De verzochte vormen van verplichte zorg zijn tijdens de mondelinge behandeling besproken.
4.8.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vorm van verplichte zorg nodig is:
- het toedienen van medicatie (de anti-psychotica).
4.8.1.
De rechtbank zal de verzochte vorm van verplichte zorg ‘het verrichten van medische controles’ af wijzen. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene daaraan al geruime tijd vrijwillig meewerkt. De genoemde ambivalentie zit hem – zoals de rechtbank begrijpt – vooral in het medicatiegebruik (de anti-psychotica). De VIOS zegt in dat kader de medicatie als verplichte vorm van zorg noodzakelijk te vinden en zich erin te kunnen vinden om de medische controles op vrijwillige basis te gaan doen. De rechtbank vindt het belangrijk om betrokkene de kans te geven hier zelf aan mee te werken, zonder een verplicht kader.
4.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
4.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1950 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie (de anti-psychotica).
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 september 2026;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026 door mr. Donders, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 3 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.