Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [persoon 1] , verpleegkundige in opleiding tot specialist (hierna: VIOS);
- mevrouw [persoon 2] , verpleegkundig specialist;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 31 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1950, die lijdt aan een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis.
Betrokkene werkt vrijwillig mee aan de behandeling, maar heeft een ambivalente houding ten aanzien van medicatie en wil deze liever niet gebruiken vanwege eerdere bijwerkingen. De verpleegkundig specialist en verpleegkundige in opleiding tot specialist gaven aan dat medicatie noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen, waaronder agressie, lichamelijk letsel en financiële schade. Medische controles zijn volgens hen ook wenselijk, maar betrokkene werkt hier al vrijwillig aan mee.
De rechtbank oordeelt dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis en dat er geen passende zorg op vrijwillige basis mogelijk is. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk. De rechtbank verleent de zorgmachtiging voor zes maanden en legt als verplichte zorg het toedienen van medicatie op, maar wijst het verzoek voor verplichte medische controles af om betrokkene de kans te geven hier vrijwillig aan mee te werken.
De beslissing is genomen met het oog op het bevorderen van deelname aan het maatschappelijk leven en de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Zorgmachtiging verleend voor zes maanden met verplichte medicatie, medische controles afgewezen.