ECLI:NL:RBZWB:2026:3588

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
C/02/446314 / FA RK 26-1481
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Gremmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor zes maanden wegens psychotische stoornis en ernstig nadeel

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 31 maart 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1976, voor de duur van zes maanden. Dit volgt op een voortzetting van een crisismaatregel en is gebaseerd op een verzoek van de officier van justitie. Betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en een verslavingsstoornis, wat leidt tot ernstig nadeel zoals levensgevaar, lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang.

Tijdens de zitting werd betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, evenals een GZ-psycholoog. Betrokkene ontkent psychotisch te zijn geweest en toont ambivalentie ten aanzien van medicatie, terwijl de psycholoog benadrukt dat verplichte zorg noodzakelijk is voor stabilisatie. De advocaat pleitte primair voor afwijzing en subsidiair voor een kortere duur van de machtiging.

De rechtbank oordeelt dat betrokkene onder invloed van psychotische belevingen niet in staat is voor zichzelf te zorgen en dat vrijwillige zorg niet effectief is gebleken. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie. De machtiging geldt tot 30 september 2026 en is evenredig en noodzakelijk voor de veiligheid en stabilisatie van betrokkene.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden vanwege ernstig nadeel en noodzaak van verplichte zorg.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446314 / FA RK 26-1481
Datum uitspraak: 31 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
advocaat mr. A.A. Nunnikhoven uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , GZ-psycholoog.
1.3.
Tevens was tijdens de mondelinge behandeling aanwezig, maar is niet gehoord, [persoon 2] , verpleegkundige.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 30 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene zegt dat hij medicatie nodig heeft en dat hij deze zal blijven gebruiken. Hij ontkent een psychotische stoornis te hebben. Betrokkene staat ervoor open om nog eventjes op deze afdeling te blijven. Daarna wil hij naar huis om voor zijn vissen te zorgen en staat hij open voor hulp van het FACT-team in [plaats 2] . Hij is niet bereid om daar drie jaar voor uit te trekken. Wat betreft het ernstig nadeel zegt hij dat niet dreigend is geweest met een hockeystick.
4.2.
De GZ-psycholoog zegt dat betrokkene aan het opknappen is en dat het een groot verschil is met toen betrokkene binnen kwam op de afdeling. De medicatie werkt en de opname brengt rust voor betrokkene. Daardoor lukt het hem beter om dingen te organiseren. Desgevraagd geeft de GZ-psycholoog aan het niet duidelijk is hoe lang betrokkene nog opgenomen moet blijven. Betrokkene is aangemeld bij het FACT-team en er staat een intake gepland. Het is belangrijk dat alles goed geregeld is voordat betrokkene naar huis gaat en dat de noodzakelijke zorg betrokken is. Er valt nog steeds winst te behalen in het organiseren van zaken door betrokkene. Ze gaan met het uitbreiden van vrijheden aan de slag. Zo gaat betrokkene donderdag met de crisisdienst en taxi naar de gemeente voor zijn paspoort en wordt er geëvalueerd hoe dat is gegaan. De zorgvorm ‘insluiten’ is nodig op het moment dat hij in de prikkelarme afdeling van de HIC moet verblijven zoals in de eerste weken van zijn opname het geval was. Een zorgmachtiging van minstens een half jaar is nodig gezien de hoge mate van desorganisatie van betrokkene en de tijd die nodig is om goed te stabiliseren.
4.3.
De advocaat pleit primair voor afwijzing van het verzoek. Hij ziet geen ernstig nadeel. Daarnaast werkt betrokkene mee en wil hij hulp en medicatie. Betrokkene heeft dus wel degelijk ziektebesef. Subsidiair pleit de advocaat voor een zorgmachtiging voor een kortere periode dan zes maanden. Het gaat immers beter met betrokkene en er is een aanmelding gedaan bij het FACT-team. Betrokkene maakt zich volgens de advocaat veel zorgen over de verzorging van zijn vissen en andere zaken thuis, omdat er nu vanwege zijn kleine netwerk niemand is die dit op kan pakken.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, namelijk schizofreniespectrumstoornis- en andere psychotische stoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornis.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene met een crisismaatregel is opgenomen nadat betrokkene elektronische apparatuur in zijn aquarium had gegooid, wat voor zowel elektrocutiegevaar als brandgevaar zorgde. Betrokkene heeft al eerder een brand veroorzaakt in zijn woning. Hij zou ook omstanders met een hockeystick hebben bedreigd. Dit ontkent betrokkene.
Onder invloed van psychotische belevingen, paranoïde wanen en desorganisatie is betrokkene niet goed in staat om voor zichzelf te zorgen. Door zijn gedrag en uitspraken die hij doet roept hij daarbij agressie van anderen op.
5.5
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene wil nog wel even kort blijven maar dan graag naar huis om voor zijn vissen te zorgen. Hij heeft een ambivalente houding ten opzichte van de medicatie. Uit de stukken waaronder de medische verklaring blijkt dat betrokkene niet open staat voor antipsychotica en hiermee zal mee stoppen zodra hij naar huis mag. Tijdens de mondelinge behandeling geeft betrokkene aan zijn medicatie graag te willen nemen, maar hij heeft geen ziektebesef. Hij ontkent psychotisch te zijn geweest.
Uit het verleden is gebleken dat het binnen een vrijwillig kader niet mogelijk was om behandelafspraken te maken. Betrokkene was daarnaast ook niet medicatietrouw en probeerde medicatie af te dwingen die voor hem niet geschikt was. Betrokkene ging ook uit zorg nadat het verplichte kader verviel. Gelet op voorgaande heeft de rechtbank onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7
De verzochte vormen van verplichte zorg zijn tijdens de mondelinge behandeling besproken.
5.8
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.8.1
Ten aanzien van de vorm van verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ oordeelt de rechtbank dat daaronder mede het contact met het FACT-team wordt verstaan. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe.
5.8
De rechtbank oordeelt, anders dan het standpunt van de advocaat, de zorgmachtiging niet voor een kortere duur van zes maanden toe te wijzen. De rechtbank overweegt in dit kader dat deze tijd voor stabilisatie nodig is, gezien de hoge mate van desoriëntatie en desorganisatie van betrokkene ten tijde van het begin van de opname. Goed instellen op medicatie heeft maanden nodig. Het is bovendien onduidelijk wanneer het FACT-team aan de slag kan gaan.
5.9
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.1
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, onder andere contact met het FACT-team;
- opnemen in een accommodatie.
6.2
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 september 2026;
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026 door mr. Gremmen, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 8 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.