Uitspraak
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen de GI.
1.Het procesverloop
- de in deze zaak gegeven beschikking van 24 juni 2025 en alle daarin genoemde stukken;
- het op 2 december 2025 ontvangen F9 formulier met producties 6 en 7 van mr. Hissink;
- de op 12 maart 2026 ontvangen brief met producties 5 t/m 7 van mr. Leijser.
2.De feiten
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2021, hierna te noemen [minderjarige] .
voorlopighaar hoofdverblijf heeft bij de man. Daarnaast heeft de rechtbank bepaald dat de vrouw en [minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
voorlopiggerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur, waarbij partijen het halen en brengen delen en de regie over de verdere invulling en uitbreiding van de contacten bij de GI ligt en dat partijen in onderling overleg met de GI afspraken dienen te maken over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gedurende de vakanties, een en ander conform rechtsoverweging 5.5 van die beschikking. Voorts is de behandeling van de verzoeken aangehouden in afwachting zijn van het door de vrouw ingestelde hoger beroep tegen de beschikking van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 7 februari 2025 over de verhuizing van de vrouw met [minderjarige] naar [plaats 2] . De rechtbank acht het aangewezen dat partijen uiterlijk op die datum de rechtbank en de Raad schriftelijk informeren over de beslissing van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch en daarbij ook het door hen gewenste verdere procesverloop ten aanzien van onderhavige voorliggende aangehouden verzoeken kenbaar maken.