ECLI:NL:RBZWB:2026:3592

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
C/02/438523 FA RK 25-4066
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Baggel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:56 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met vaststelling huurrechten en nevenvoorzieningen in convenant

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 31 maart 2026 uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak tussen een man en een vrouw die sinds 2007 gehuwd waren onder huwelijkse voorwaarden. Partijen hebben overeenstemming bereikt over de echtscheiding en de nevenvoorzieningen, welke zijn vastgelegd in een convenant.

De man verzocht om de echtscheiding uit te spreken, hem als huurder van de echtelijke woning aan te wijzen en de onderlinge regelingen uit het convenant op te nemen in de beschikking. De vrouw bevestigde de overeenstemming en gaf aan dat geen mondelinge behandeling nodig was.

De rechtbank stelde vast dat zij bevoegd was om over de echtscheiding en het huurrecht te beslissen, aangezien de laatste gewone verblijfplaats van partijen in Nederland was en de woning in Nederland gelegen is. De rechtbank wees het verzoek tot echtscheiding toe, nam het convenant op in de beschikking en wees het verzoek tot uitvoerbaarheid bij voorraad toe, behalve voor de echtscheiding zelf, omdat het huwelijk pas eindigt bij inschrijving in de registers van de burgerlijke stand.

Een verzoek tot verdeling werd ingetrokken en daarom afgewezen. De beschikking beveelt partijen de afspraken na te komen en is openbaar uitgesproken door rechter Baggel in aanwezigheid van griffier Maas-Klink.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit, wijst de huurrechten toe aan de man en neemt het convenant op in de beschikking met uitvoerbaarheid bij voorraad behalve voor de echtscheiding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/438523 FA RK 25-4066
datum uitspraak: 31 maart 2026
beschikking betreffende echtscheiding
in de zaak van
[de man] ,
wonende te [woonplaats 1],
hierna te noemen de man,
advocaat mr. S.C.A.C. Gubbels,
tegen
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats 2],
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. C.J.M. Veth.

1.Het procesverloop

1.1.
Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 4 augustus 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- de brief van mr. Gubbels van 2 maart 2026, houdende wijziging van het verzoek, met als bijlage een door partijen ondertekend echtscheidingsconvenant;
- de brief van mr. Veth van 2 maart 2026.

2.De feiten

2.1.
Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:
- zij zijn op [datum] 2007 in de gemeente Loon op Zand met elkaar gehuwd op huwelijkse voorwaarden;
- zij hebben de Nederlandse nationaliteit;
- hun huwelijk is duurzaam ontwricht.

3.Het verzoek

3.1.
De man verzoekt nu, samengevat, uitvoerbaar bij voorraad
- echtscheiding;
- bepaling dat hij de huurder van de echtelijke woning zal zijn;
- opneming van de door partijen getroffen regelingen in de beschikking en partijen te bevelen om die regelingen na te komen.

4.De beoordeling

4.1
Bij brief van 2 maart 2026 is namens de man bericht dat partijen overeenstemming hebben bereikt en dat deze overeenstemming is vastgelegd in een convenant. Gelet op de overeenstemming wijzigt de man zijn verzoek op de wijze zoals hiervoor onder 3.1. is weergegeven. Verder verzoekt de man de zaak schriftelijk af te doen.
4.2
Bij brief van 2 maart 2026 is namens de vrouw bevestigd dat partijen overeenstemming hebben bereikt. Ook de vrouw heeft aangegeven dat er geen mondelinge behandeling hoeft plaats te vinden.
4.3
Uit voormelde brieven volgt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de echtscheiding en de nevenvoorzieningen.
4.4
De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, aangezien ten tijde van de indiening van het verzoek zich de laatste gewone verblijfplaats van partijen in Nederland bevond, en een van hen daar nog verblijft.
4.5
De rechtbank zal op het verzoek tot echtscheiding Nederlands recht toepassen ingevolge artikel 10:56, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek. Dit verzoek zal als niet weersproken en op de wet gegrond worden toegewezen.
4.6
Daarnaast verzoekt de man een nevenvoorziening over het huurrecht te treffen. Nu de echtelijke woning in Nederland is gelegen, is de Nederlandse rechter bevoegd om te beslissen op het verzoek met betrekking tot het huurrecht van de echtelijke woning. De rechtbank zal hierbij Nederlands recht toepassen.
Uit het convenant volgt dat partijen over dit onderwerp al in onderling overleg een regeling hebben getroffen. Ook al hebben partijen hier een afspraak over, heeft de man toch belang bij een afzonderlijke beslissing over het huurrecht. Deze beslissing heeft alleen dan werking tegenover de verhuurder. De rechtbank wijst het verzoek over het huurrecht daarom toe.
4.7
Op verzoek van de man zullen de door partijen onderling getroffen overige regelingen worden opgenomen in de beschikking, nu deze overeenstemming de rechtbank niet ongegrond voorkomt.
4.8.
De man verzoekt de rechtbank de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat deze blijft gelden, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De rechtbank wijst dit verzoek toe, behalve voor de echtscheiding. De echtscheiding kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
4.9.
Nu het verzoek met betrekking tot de verdeling is ingetrokken, kan dit verzoek niet meer worden onderzocht en zal dit worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 2007 in de gemeente Loon op Zand met elkaar gehuwd;
5.2.
bepaalt dat de man vanaf de dag dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand de huurder zal zijn van de echtelijke woning, gelegen aan de [adres] , gemeente Loon op Zand;
5.3.
bepaalt dat de overige onderlinge regelingen uit het als bijlage toegevoegde convenant deel uitmaken van deze beschikking en beveelt partijen om die regelingen na te komen;
5.4.
verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad behalve het bepaalde in 5.1.
5.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Baggel, en in tegenwoordigheid van mr. Maas-Klink, griffier, in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.