Op 14 augustus 2025 vond een schermutseling plaats tussen verdachte, het slachtoffer en diens partner, waarbij het slachtoffer een steekwond opliep. Verdachte ontkent het steken, terwijl het slachtoffer niet kon aangeven wie hem stak. De partner verklaarde dat verdachte met een mes zwaaide, maar deze verklaring vertoonde discrepanties met camerabeelden.
De rechtbank heeft de camerabeelden en verklaringen zorgvuldig gewogen en concludeert dat het bewijs onvoldoende is om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte het slachtoffer heeft gestoken. Er werd geen mes aangetroffen bij verdachte na het incident.
Daarom spreekt de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens de vrijspraak. Ook wordt een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd en het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.