Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA, ingediend op 15 september 2023. Na een ingebrekestelling op 24 november 2023 en het verstrijken van de wettelijke termijn zonder besluit, stelde eiseres op 2 februari 2026 beroep in. De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding van de beslistermijn werd veroorzaakt door een tekort aan verzekeringsartsen en dat onduidelijk is wanneer een besluit kan worden genomen. De rechtbank oordeelt dat een termijn van vier maanden redelijk is om het UWV in staat te stellen een zorgvuldige beslissing te nemen, waarbij het belang van een tijdige beslissing wordt meegewogen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 30 april 2026.