Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar tegen de afwijzing van een WIA-uitkering. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser het UWV op 29 december 2025 in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen vier maanden na verzending van de uitspraak moet beslissen op het bezwaar. Deze termijn is langer dan de standaardtermijn van twee weken, vanwege het belang van zorgvuldige besluitvorming en het tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 30 april 2026.