Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
2. het medeplegen van het in bezit hebben van verschillende soorten harddrugs (cocaïne en xtc-pillen) op 8 mei 2025 en
3. deelname aan een criminele organisatie in de periode van 1 juni 2024 tot en met 8 mei 2025.
3.De voorvragen
4.Overeengekomen procesafspraken
- De verdachte zal geen nadere onderzoekswensen indienen of (inhoudelijke) verweren voeren. Tevens trekt de verdediging al ingediende onderzoekswensen uiterlijk ter zitting en bij voorkeur al eerder schriftelijk in;
- De verdachte legt geen bekennende verklaring af; de verdediging zal ruim voor de eerstvolgende zitting, door ondertekening van deze procesafspraken en door middel van een bericht van de raadsman richting rechtbank en OM schriftelijk aangeven dat de feiten en kwalificaties zoals tussen OM en verdediging vastgesteld in de bijlage A, niet worden ontkend en er zal geen inhoudelijk verweer worden gevoerd;
- Verdachte geeft aan betalingsbereid te zijn, in staat te zijn tot betaling en geen draagkrachtverweer te zullen voeren;
- De verdachte beseft dat het niet voeren van verdediging zal leiden tot een veroordeling van één of meerdere strafbare feiten als omschreven in de tenlasteleggingen;
- De verdediging zal gedurende het proces in eerste aanleg geen aanhoudingsverzoeken indienen, tenzij thans onvoorziene omstandigheden / een acute situatie van persoonlijke aard ontstaat die thans niet wordt voorzien;
- Verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf onttrekken en zal geen appel instellen;
- De verdachte en de raadsman zullen in het kader van de inhoudelijke behandeling het bovenstaande herhalen;
5.Inhoudelijke toets procesafspraken
6.De beslissing
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juni
2024 tot en met 8 mei 2025 te Tilburg en/of elders in Nederland tezamen
en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk
heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of
verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een of meer
gebruikershoeveelheden, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne en/of heroïne en/of amfetamine en/of MDMA,
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
(art 10 lid 4 Opiumwet Pro, art 2 ahf Pro/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1
Wetboek van Strafrecht )
hij op of omstreeks 8 mei 2025 te Tilburg tezamen en in vereniging met
een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad
een (grote) hoeveelheid cocaïne en/of amfetamine en/of MDMA,
waarvan
- (totaal) ongeveer 1179,914 gram, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal bevattende cocaïne en/of
- (totaal) ongeveer 2425 XTC-pillen, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA,
zijnde cocaïne en/of amfetamine en/of MDMA (telkens) een middel als
bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen
krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
( art 10 lid 3 Opiumwet Pro, art 2 ahf Pro/ond (2 Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1
Wetboek van Strafrecht )
hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2024 tot en met 08 mei 2025 te
Tilburg, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie,
bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te
weten (onder andere)
[medeverdachte 1] en/of
[medeverdachte 2] en/of
[medeverdachte 3] en/of
[medeverdachte 4] en/of
[verdachte] en/of
[medeverdachte 5] ,
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer
misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde, vijfde lid, 10a eerste
lid, 11 derde lid, vijfde lid en/of 11a Opiumwet.
( art 140 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)