Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar tegen een besluit over een WIA-uitkering van 13 december 2024. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser het UWV op 30 juli 2025 in gebreke heeft gesteld, waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding te wijten is aan een tekort aan verzekeringsartsen en dat onduidelijk is wanneer een besluit kan worden genomen. De rechtbank oordeelt dat een termijn van vier maanden redelijk is om het bezwaar alsnog te behandelen, waarbij het belang van zorgvuldige besluitvorming en het belang van tijdige beslissing worden afgewogen.
De rechtbank legt het UWV een dwangsom op van €100 per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Tevens moet het UWV het griffierecht en proceskosten van €467 aan eiser vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op 30 april 2026.