Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3651

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
252494
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep handhavingsverzoek

Verzoeker diende een handhavingsverzoek in tegen een omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge had verleend. Dit verzoek werd door het college afgewezen, waarna verzoeker bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde tegen het besluit tot afwijzing van het bezwaar.

Tijdens de procedure verleende het college een gewijzigde omgevingsvergunning die de geconstateerde overtredingen legaliseerde. Verzoeker trok daarop zijn beroep in en verzocht om een veroordeling van het college in de proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat het college niet is tegemoetgekomen aan het beroep omdat het bezwaar tegen het handhavingsverzoek ongewijzigd bleef. De gewijzigde omgevingsvergunning was geen gewijzigde beslissing op bezwaar. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af.

De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 1 mei 2026 en is zonder zitting gewezen.

Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat het college niet is tegemoetgekomen aan het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/2494

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. M. Busse),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge, het college.
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [persoon] uit [plaats] (de derde-partij).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het college van 12 maart 2025.
1.1.
De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het college heeft de rechtbank meegedeeld dat er geen grondslag bestaat om een proceskostenvergoeding toe te kennen aan verzoeker.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het college aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het college geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.1.
Verzoeker is woonachtig op het [adres 1] in [plaats] .
4.2.
Op 4 juni 2024 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van een woning en het plaatsen van een erfafscheiding op het [adres 2] in [plaats] .
4.3.
Verzoeker heeft op 14 juli 2024 een handhavingsverzoek ingediend omdat in afwijking van de verleende omgevingsvergunning zou worden gebouwd. Met het besluit van 17 september 2024 heeft het college het handhavingsverzoek van verzoeker afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
4.4.
Met het bestreden besluit van 12 maart 2025 heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard. Op 24 april 2025 heeft verzoeker hiertegen beroep ingesteld.
4.5.
Het college heeft op 15 januari 2026, naar aanleiding van een aanvraag, een gewijzigde omgevingsvergunning verleend voor het [adres 2] in [plaats] . Het college heeft schriftelijk toegelicht dat daarmee alle geconstateerde overtredingen zijn gelegaliseerd.
4.6.
De rechtbank is van oordeel dat het college niet is tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker. Hoewel het college heeft geconstateerd dat de aanvankelijk verleende omgevingsvergunning onjuist of onvolledig was, heeft het college geen gewijzigde beslissing op bezwaar genomen inzake het handhavingsverzoek van verzoeker. De afwijzing van het handhavingsverzoek is in stand gebleven. Hiermee is het college niet tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker. De rechtbank wijst het verzoek daarom als kennelijk ongegrond af.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. T.A.A. van Hooijdonk, griffier, op 1 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).