ECLI:NL:RBZWB:2026:3668
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Geen ambtshalve beslissing op verzoek minderjarige tot beëindiging gezag en contactregeling
De minderjarige heeft de rechtbank verzocht om het gezag van zijn moeder te beëindigen en een voogd te benoemen, evenals een beslissing te nemen over het contact met zijn vader. De ouders zijn gescheiden en de moeder heeft het gezag. De minderjarige verblijft momenteel in een instelling vanwege ernstige gedragsproblemen en psychiatrische stoornissen.
De rechtbank heeft meerdere zittingen gehouden en informatie ingewonnen van betrokkenen, waaronder de moeder, mentor, casusregisseur en de Raad voor de Kinderbescherming. Uit de stukken blijkt dat de moeder haar gezag passend uitoefent en dat het verblijf van de minderjarige in de huidige instelling onder druk staat vanwege zijn gedrag. Er wordt gezocht naar een passende woonplek met adequate behandeling.
Gezien de complexe problematiek van de minderjarige en het belang van stabiliteit en passende hulpverlening, acht de kinderrechter het niet opportuun om ambtshalve een beslissing te nemen over het gezag of de omgang met de vader. De moeder blijft het gezag uitoefenen en er wordt geen vaste omgangsregeling vastgesteld. De kinderrechter benadrukt dat dit geen verbod op contact betekent en dat de wensen van de minderjarige besproken kunnen worden met betrokken hulpverleners.
De beslissing is schriftelijk toegelicht aan de minderjarige en de moeder. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden, uitsluitend door een advocaat.
Uitkomst: De kinderrechter neemt geen ambtshalve beslissing op het verzoek van de minderjarige tot beëindiging van het gezag en contactregeling.