ECLI:NL:RBZWB:2026:373

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
C/02/444228 / JE RK 26-114
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Triest
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 JeugdwetArt. 6.1.3 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige wegens ernstige onveiligheid

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp te verlenen aan een minderjarige met een belaste voorgeschiedenis en ernstige veiligheidsrisico's in de thuissituatie. De moeder heeft eenhoofdig ouderlijk gezag, maar de situatie is geëscaleerd door bedreigingen, zelfbeschadiging en het afhouden van hulpverlening.

De minderjarige is meerdere malen onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst, maar keerde terug naar de moeder ondanks de onveilige omstandigheden. De GI verzoekt om een spoedmachtiging omdat de minderjarige zich onttrekt aan zorg en de moeder haar onder druk zet, waardoor alleen een gesloten plaatsing veiligheid en ontwikkeling kan waarborgen.

De kinderrechter overweegt dat aan de wettelijke vereisten voor gesloten jeugdhulp is voldaan en dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder ernstig gevaar voor de minderjarige. Daarom wordt de spoedmachtiging verleend voor de duur van twee weken, met een vervolgprocedure waarin partijen worden gehoord en een onafhankelijke gedragswetenschapper de minderjarige feitelijk onderzoekt.

De beschikking is uitgesproken op 21 januari 2026 door kinderrechter Van Triest, met mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden door belanghebbenden.

Uitkomst: Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor twee weken wegens ernstige onveiligheid en opvoedingsproblemen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummers : C/02/444228 / JE RK 26-114 (spoedmachtiging gesloten jeugdhulp)
: C/02/444231 / JE RK 26-116 (machtiging gesloten jeugdhulp)
Datum uitspraak: 21 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
[stichting],
locatie [locatie] , hierna te noemen: de GI,
over de minderjarige
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: Z. Yeral te Roosendaal.
De kinderrechter merkt in deze zaak als belanghebbenden aan:
[minderjarige], voornoemd,
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
De kinderrechter merkt voor het vervolg van deze procedure als informant aan:
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 21 januari 2026.
1.2.
Aan [minderjarige] is ambtshalve als advocaat toegevoegd mr. Z. Yeral te Roosendaal.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 30 november 2025 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI tot 14 december 2025. Daarnaast is er een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de andere ouder zonder gezag, te weten bij de vader, dan wel in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 14 december 2025.
2.3.
Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 11 december 2025 is de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 28 februari 2026. Het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] is afgewezen.
2.4.
Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 17 december 2025 is met spoed, oftewel zonder de belanghebbende daaraan voorafgaand in de gelegenheid te stellen om te worden gehoord, een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte accommodatie dan wel een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 31 december 2025.
2.5.
Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 30 december 2025 is voormelde machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengd tot 28 februari 2026.

3.De verzoeken

3.1.
De GI verzoekt nu op grond van artikel 6.1.3, eerste lid Jeugdwet om een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen voor de duur van vier weken. De GI verzoekt om deze beschikking onverwijld af te geven zonder de belanghebbenden op voorhand te horen op dit verzoek. De rechtbank heeft dit (speod)verzoek geregistreerd onder het zaaknummer C/02/444228 / JE RK 26-114.
3.2.
De GI verzoekt daarnaast op grond van artikel 6.1.2, eerste lid Jeugdwet om aansluitend een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] (naar de kinderrechter begrijpt: voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige] ).

4.De beoordeling

4.1.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet kan een spoedmachtiging voor een gesloten plaatsing alleen worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter:
onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren;
de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en
er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.
4.2.
In de op 21 januari 2026 overgelegde stukken heeft de GI, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. [minderjarige] heeft een zeer belaste voorgeschiedenis. Zij is al meerdere keren onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst geweest, vanwege onder andere forse zorgen over haar (opvoed)situatie bij de moeder. Bij voormelde beschikking van 30 november 2025 is [minderjarige] (net als haar broers) voorlopig onder toezicht gesteld als direct gevolg van een escalatie die in de thuissituatie heeft plaatsgevonden met ernstige zorgen over de fysieke en emotionele veiligheid van de kinderen als gevolg. Hoewel [minderjarige] en haar broers daarbij uit huis geplaatst zijn, is [minderjarige] op een gegeven moment weer bij haar moeder gaan wonen, omdat zij dit graag wilde. In de weken daarna is de onveiligheid vanuit de moeder echter verder toegenomen. Gebleken is namelijk dat de moeder tijdens een escalatie heeft gedreigd met een mes, zij heeft meermaals batterijen ingeslikt, zij heeft berichten gestuurd naar [minderjarige] over zelfbeschadiging en zij heeft dreigende berichten gestuurd richting de betrokken jeugdbeschermers. De moeder houdt bovendien de hulpverlening af en de samenwerking tussen hen verloopt dan ook moeizaam. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat [minderjarige] bij beschikking van 30 december 2025 alsnog met spoed uit huis is geplaatst, waarna zij op een open groep ( [groep] ) in [plaats] is geplaatst. Begin januari 2026 is de situatie daar echter ook geëscaleerd. [minderjarige] is op 12 januari 2026 weggelopen van de groep en zij blijft actief contact zoeken met haar moeder. Op 14 januari 2026 is de politie betrokken geraakt en heeft de moeder opnieuw een batterij ingeslikt en gedreigd met een mes. Op 20 januari 2026 komt er laat in de avond een melding dat [minderjarige] weer is weggelopen van de [groep] waar zij inmiddels weer verbleef. Het is onbekend waar zij is, maar de jeugdbeschermer vermoedt dat zij weer bij haar moeder is. De situatie daar is echter zeer onveilig voor [minderjarige] . Dat maakt dat er naar de mening van de jeugdbeschermer nu direct moet worden ingegrepen. [minderjarige] moet voor haar eigen veiligheid gesloten geplaatst worden. Alleen dan kan zij de hulp krijgen die zij nodig heeft, aldus de jeugdbeschermer.
4.3.
De kinderrechter overweegt, gezien de overgelegde stukken, dat [minderjarige] zorgwekkend gedrag vertoont, zij heeft een slechte zelfzorg, zij heeft stemmingswisselingen en zij voelt zich verantwoordelijk voor haar moeder. Zij wordt hierdoor belemmerd in haar eigen ontwikkeling. Doordat zij naar haar moeder toe blijft trekken, wordt zij voortdurend in onveilige situaties gebracht. Gelet hierop is de kinderrechter van oordeel dat [minderjarige] kampt met ernstige opvoed- en opgroeiproblematiek. De kinderrechter overweegt daarnaast, dat [minderjarige] zich onttrekt aan de zorg die nodig is om bovengenoemde zorgen weg te nemen door weg te lopen. Tegelijkertijd wordt zij ook door haar moeder aan die zorg onttrokken. De moeder zet [minderjarige] op verschillende manieren onder druk om bij haar te blijven dan wel bij haar terug te komen. Op de open groep kan dit niet voorkomen worden. Dit maakt dat er op dit moment geen minder ingrijpende mogelijkheden meer worden gezien om voormelde zorgen weg te nemen en de veiligheid van [minderjarige] te waarborgen en [minderjarige] alleen binnen een gesloten setting weer toe kan komen aan haar eigen ontwikkeling.
4.4.
De GI heeft als bijlage bij het verzoek een schriftelijke verklaring van de gedragswetenschapper overgelegd, waaruit blijkt dat hij op basis van dossieronderzoek instemt met het spoedverzoek. De onafhankelijke gedragswetenschapper heeft daarbij aangegeven, nu [minderjarige] momenteel vermoedelijk bij haar moeder verblijft, dat het vanwege forse veiligheidsrisico’s voor [minderjarige] (en voor hemzelf) op het moment dat bekend wordt dat er wordt ingezet op een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp, onmogelijk is gebleken om [minderjarige] eerst feitelijk te onderzoeken.
4.5.
Daarmee wordt, naar het oordeel van de kinderrechter, voldaan aan de wettelijke vereisten voor opname en verblijf van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp. De kinderrechter is daarnaast van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] .
4.6.
Gelet op al het voorgaande zal de kinderrechter het spoedverzoek toewijzen in die zin dat zij een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] zal verlenen voor de duur van twee weken, met ingang van 21 januari 2026 tot 4 februari 2026. Het resterende deel van het spoedverzoek alsmede het verzoek om een reguliere machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen tot het einde van de (voorlopige) ondertoezichtstelling, zal worden aangehouden tot de hierna te noemen zitting. Verdere beslissingen zal de kinderrechter pas nemen nadat zij partijen in de gelegenheid heeft gesteld om hierover te worden gehoord.
4.7.
De kinderrechter verzoekt aan de GI om voorafgaand aan de volgende mondelinge behandeling ten aanzien van het
spoedverzoekeen schriftelijke (instemmende) verklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper over te leggen waaruit blijkt dat hij [minderjarige] feitelijk heeft onderzocht. Daarnaast wordt de GI verzocht om een schriftelijke (instemmende) verklaring van een onafhankelijke gedragswetenschapper over te leggen, waaruit blijkt dat de onafhankelijke gedragswetenschapper [minderjarige] feitelijk heeft onderzocht en waarbij de (instemmende) verklaring is gericht op
het aansluitende (reguliere) verzoekmachtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] .
4.8.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verleent een spoedmachtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 21 januari 2026 tot 4 februari 2026;
5.2.
houdt de beslissing over het resterende deel van het spoedverzoek alsmede de beslissing over het verzoek om een aansluitende (reguliere) machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen aan tot de zitting van
[datum] 2026 om [uur]bij mr. Van Leuven als kinderrechter, gehouden in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10, 4815 GW in Breda;
5.3.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die zitting voor [minderjarige] , haar advocaat mr. Z. Yeral, de moeder en de GI;
5.4.
bepaalt dat de vader, omdat hij als informant in deze zaak geen afschrift van deze beschikking krijgt, per aparte brief zal worden opgeroepen voor de zitting;
5.5.
behoudt zich iedere (verdere) beslissing voor.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026, in aanwezigheid van mr. Wallerbos als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.