Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid op grond van de WIA. De aanvraag werd op 21 augustus 2025 ontvangen, en ondanks ingebrekestelling op 8 december 2025, bleef het besluit uit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV de beslistermijn heeft overschreden. Het UWV gaf aan dat de overschrijding te wijten is aan een tekort aan artsencapaciteit en de noodzaak van een medisch onderzoek, waardoor de wachttijden zijn opgelopen.
De rechtbank stelt een redelijke termijn van vier maanden vast waarbinnen het UWV alsnog moet beslissen. Tevens legt zij een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet het UWV het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 28 april 2026. Partijen worden geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.