Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het UWV niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 30 augustus 2022 voor herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een ex-werkneemster op grond van de WIA. De aanvraag werd ontvangen op 6 september 2022. Eiseres stelde het UWV op 29 juli 2025 in gebreke, waarna het UWV de ingebrekestelling op 1 augustus 2025 ontving. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn zonder besluit, is het beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. Het UWV heeft aangegeven dat door een grote toename van aanvragen en een tekort aan verzekeringsartsen een langere beslistermijn nodig is en verzocht om ten minste vier maanden. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om een zorgvuldige besluitvorming mogelijk te maken.
Daarnaast legt de rechtbank het UWV een dwangsom op van €100 per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 28 april 2026.