Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[CJIB-nummer]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden met een voertuig 5 km/u te hard buiten de bebouwde kom op 31 mei 2024. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, maar de officier van justitie verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn.
De kantonrechter oordeelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat het beroepschrift tijdig was gedateerd en vanuit het buitenland was verzonden. Hierdoor werd het beroep ontvankelijk verklaard en inhoudelijk beoordeeld.
Inhoudelijk stelde betrokkene dat het voertuig ten tijde van de overtreding was verhuurd, wat werd onderbouwd met een geldige huurovereenkomst. De kantonrechter stelde vast dat op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) de boete aan de kentekenhouder wordt opgelegd, tenzij deze kan aantonen dat het voertuig bedrijfsmatig is verhuurd voor maximaal drie maanden.
Omdat betrokkene deze uitzondering aantoonde, werd de boete ten onrechte aan hem opgelegd. De beschikking en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd en het betaalde bedrag van €48,- werd terugbetaald. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete is vernietigd wegens verhuur van het voertuig ten tijde van de overtreding.