ECLI:NL:RBZWB:2026:3782
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens te hoge waardering en toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van €11.034 opgelegd door de inspecteur. De rechtbank oordeelt dat de aanslag terecht is, maar dat het bedrag te hoog is vastgesteld vanwege een te hoge waardering van de auto en een onjuiste toepassing van de waardevermindering wegens schade.
De rechtbank stelt vast dat de extra leeftijdskorting van toepassing is en dat de waardering van de auto moet worden gebaseerd op de koerslijst van Eurotax zonder correctie voor dealer- en marktsituatie. De schade aan de auto is onvoldoende aannemelijk gemaakt door belanghebbende, mede gelet op de RDW-keuring en de kilometerstanden.
De naheffingsaanslag wordt daarom verminderd tot €9.850. Daarnaast is de redelijke termijn voor de afhandeling van het bezwaar met 17 maanden overschreden, waardoor belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van in totaal €1.500, waarvan €441 voor rekening van de inspecteur en €1.059 voor rekening van de Staat.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten, en bepaalt dat belanghebbende een proceskostenvergoeding van €1.600 ontvangt. De uitspraak is gedaan door rechter J.A. den Braber-Riemens en griffier R.J.M. de Fouw.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot €9.850 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.