ECLI:NL:RBZWB:2026:3783
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke terugwijzing wegens schending hoorrecht bij naheffingsaanslag BPM
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van € 1.103 en de daarbij behorende belastingrente. De inspecteur handhaafde de aanslag en de rente, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens het hoorgesprek op 8 november 2023 werden 82 van de 125 zaken besproken, waarna het gesprek voortijdig werd beëindigd. De onderhavige zaak werd niet behandeld, ondanks een voorstel van belanghebbende om het hoorgesprek op 13 november 2023 voort te zetten. De inspecteur deed desalniettemin uitspraak op bezwaar zonder het hoorrecht te respecteren.
De rechtbank oordeelt dat het hoorrecht is geschonden, mede omdat de inspecteur te laat was met de uitspraak en organisatorische keuzes niet ten laste van belanghebbende mogen komen. De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd en de zaak terugverwezen voor een nieuw hoorgesprek en beslissing.
Daarnaast is de redelijke termijn overschreden met circa 18 maanden, waarvoor belanghebbende een immateriële schadevergoeding van € 1.500 toekomt. Deze wordt verdeeld tussen de inspecteur (€ 583) en de Staat (€ 917). Verder wordt het griffierecht en proceskostenvergoeding aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van het hoorrecht, de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de inspecteur.