ECLI:NL:RBZWB:2026:3784
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag BPM wegens schending hoorrecht en terugwijzing
Belanghebbende B.V. heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van €3.528 opgelegd door de inspecteur. De inspecteur handhaafde de aanslag en verklaarde het bezwaar ongegrond. Belanghebbende verzocht om een hoorgesprek, dat vanwege organisatorische redenen slechts gedeeltelijk plaatsvond. Het hoorgesprek werd voortijdig beëindigd, waarbij de onderhavige zaak niet werd besproken. De inspecteur deed vervolgens uitspraak op bezwaar zonder het hoorgesprek voort te zetten.
De rechtbank oordeelt dat het hoorrecht is geschonden omdat belanghebbende duidelijk heeft aangegeven alsnog gehoord te willen worden. De inspecteur kon dit risico niet aan de gemachtigde toerekenen, mede omdat de inspecteur zelf te laat was met de uitspraak op bezwaar. Er waren voldoende alternatieve tijdstippen beschikbaar om het hoorgesprek voort te zetten.
Verder is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de afhandeling van het bezwaar met circa 18 maanden is overschreden, waardoor belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van €1.500, waarvan €500 voor rekening van de inspecteur en €1.000 voor rekening van de Staat komt.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en wijst de zaak terug naar de inspecteur voor een hernieuwde behandeling. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag BPM wegens schending van het hoorrecht en wijst de zaak terug naar de inspecteur voor hernieuwde behandeling, met toekenning van immateriële schadevergoeding.