ECLI:NL:RBZWB:2026:3785
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar BPM wegens schending hoorrecht en terugwijzing
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van €5.017 opgelegd door de inspecteur na een hertaxatie. Tijdens het hoorgesprek op 8 november 2023 werd de onderhavige zaak niet besproken omdat het gesprek voortijdig werd beëindigd. Belanghebbende gaf aan alsnog gehoord te willen worden, maar de inspecteur deed uitspraak op bezwaar zonder dit hoorgesprek.
De rechtbank oordeelt dat het hoorrecht is geschonden omdat belanghebbende duidelijk heeft aangegeven gehoord te willen worden en er voldoende mogelijkheden waren om het hoorgesprek voort te zetten. De inspecteur kon dit risico niet afwentelen op belanghebbende, zeker gezien de late uitspraak op bezwaar.
Verder is de redelijke termijn voor de bezwaarprocedure met circa 19 maanden overschreden, waardoor belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van €2.000, waarvan €737 voor rekening van de inspecteur en €1.263 voor rekening van de Staat.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en wijst de zaak terug naar de inspecteur voor een hernieuwde behandeling. Tevens wordt het griffierecht en proceskostenvergoeding aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd wegens schending van het hoorrecht en de zaak wordt terugverwezen naar de inspecteur voor hernieuwde behandeling.