ECLI:NL:RBZWB:2026:3785
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag BPM wegens schending hoorrecht en terugwijzing
Belanghebbende heeft een naheffingsaanslag BPM ontvangen van € 5.017, nadat de inspecteur een hertaxatie had verricht en de aanslag had opgelegd. Belanghebbende maakte bezwaar en verzocht om een hoorgesprek, dat slechts gedeeltelijk plaatsvond. Het hoorgesprek werd voortijdig beëindigd, waardoor de onderhavige zaak niet is besproken. De inspecteur deed vervolgens uitspraak op bezwaar zonder het hoorgesprek voort te zetten.
De rechtbank oordeelt dat het hoorrecht is geschonden omdat belanghebbende duidelijk had aangegeven alsnog gehoord te willen worden en er voldoende mogelijkheden waren om het hoorgesprek voort te zetten. De inspecteur kon dit risico niet aan belanghebbende toerekenen. Omdat er verschil van mening bestaat over de feiten en de waarde van de auto, is belanghebbende benadeeld door het ontbreken van een hoorzitting.
Daarnaast is de redelijke termijn voor de afhandeling van het bezwaar met circa 19 maanden overschreden, waardoor belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van in totaal € 2.000, waarvan € 737 voor rekening van de inspecteur en € 1.263 voor rekening van de Staat. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, wijst de zaak terug naar de inspecteur, en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt vernietigd wegens schending van het hoorrecht en de zaak wordt terugverwezen naar de inspecteur.