ECLI:NL:RBZWB:2026:3786
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens te hoge waardering en toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende deed aangifte BPM voor een Audi Q7 en betaalde €8.722. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op van €4.499, gebaseerd op een hogere waardering na hertaxatie door DRZ. Belanghebbende betwistte dit en voerde onder meer het vertrouwensbeginsel en waardevermindering wegens schade aan.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd maar het bedrag te hoog is vastgesteld. De afschrijving mag plaatsvinden via de taxatiemethode vanwege meer dan normale gebruiksschade. De rechtbank volgt de koerslijst van Xray zoals door belanghebbende aangevoerd en stelt de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat vast op €51.848. De historische nieuwprijs wordt vastgesteld op €184.776.
Op basis hiervan wordt de verschuldigde BPM vastgesteld op €11.933, waartegenover de reeds betaalde €8.722 staat, zodat de naheffingsaanslag wordt verminderd tot €3.211. Daarnaast is de redelijke termijn voor de bezwaarprocedure met 17 maanden overschreden, waardoor belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van €1.500, waarvan €353 voor rekening van de inspecteur en €1.147 voor de Staat.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, vermindert de naheffingsaanslag en belastingrentebeschikking, en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het beroep wordt daarmee gegrond verklaard.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot €3.211 en belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.