ECLI:NL:RBZWB:2026:3787
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM na taxatiegeschil over Audi Q5 en Q7
Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen BPM voor twee Audi-voertuigen, waarbij de inspecteur hogere bedragen naheffende dan door belanghebbende aangegeven op basis van taxatierapporten. De rechtbank oordeelt dat voor de Audi Q5 de naheffingsaanslag terecht is opgelegd volgens de forfaitaire afschrijvingstabel en verklaart het beroep ongegrond.
Voor de Audi Q7 stelt de rechtbank vast dat de door belanghebbende opgegeven handelsinkoopwaarde onvoldoende is onderbouwd, maar dat de koerslijst van Xray als uitgangspunt kan dienen. De rechtbank vermindert de naheffingsaanslag dienovereenkomstig en verklaart het beroep gegrond.
Verder wijst de rechtbank het beroep op het vertrouwensbeginsel af, omdat geen sprake is van een gerechtvaardigd vertrouwen dat geen naheffing zou volgen. Ook wijst de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bezwaarprocedure, waarbij de inspecteur en de Staat gezamenlijk aansprakelijk worden gesteld.
De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende. De uitspraak is gedaan door rechter J.A. den Braber-Riemens en is onherroepelijk na het verstrijken van de beroepstermijn.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd voor de Audi Q7, het beroep voor de Audi Q5 wordt ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding toegekend.