ECLI:NL:RBZWB:2026:3788
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaarde beroepen tegen naheffingsaanslagen BPM met toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende B.V. heeft beroep ingesteld tegen twee naheffingsaanslagen BPM opgelegd door de inspecteur, waarbij zij zich beroept op de taxatiemethode en een taxatierapport. De inspecteur handhaafde de aanslagen na hertaxatie door DRZ, waarbij de forfaitaire afschrijvingstabel werd toegepast.
De rechtbank oordeelt dat de beroepen ongegrond zijn. Het vertrouwensbeginsel wordt verworpen omdat de inspecteur binnen de wettelijke termijn handelde en geen toezeggingen zijn gedaan. De herleidingsmethode kan niet worden toegepast conform het arrest van de Hoge Raad van 11 juli 2025. De forfaitaire afschrijvingstabel is het meest gunstig en correct toegepast.
Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de handelsinkoopwaarde en waardevermindering wegens schade hoger zijn dan door de inspecteur gehanteerd. De rechtbank wijst het verzoek om inkoopfacturen op grond van artikel 8:45 Awb Pro af. Wel kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding van € 2.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan de helft voor rekening van de inspecteur en de helft voor de Staat komt.
Daarnaast worden proceskosten en griffierechten voor het verzoek om schadevergoeding toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter J.A. den Braber-Riemens en griffier R.J.M. de Fouw, die verhinderd was te ondertekenen.
Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen BPM worden ongegrond verklaard, met toekenning van een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.