ECLI:NL:RBZWB:2026:3834

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
C/02/435265/ FA RK 25-2416
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Hopmans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 815 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervroegde echtscheiding uitgesproken wegens duurzaam ontwricht huwelijk zonder ouderschapsplan

Partijen zijn in 2018 gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen. De vrouw verzoekt echtscheiding uit te spreken wegens duurzaam ontwricht huwelijk. Partijen oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar er is geen ouderschapsplan overgelegd omdat de communicatie tussen partijen ernstig is verslechterd.

De rechtbank constateert dat het ontbreken van een ouderschapsplan normaal gesproken tot niet-ontvankelijkheid leidt, maar acht het redelijk dat partijen dit niet kunnen overleggen vanwege de verslechterde verhouding en lopende hulpverlening. De vrouw heeft voldoende onderbouwd dat een ouderschapsplan op korte termijn niet haalbaar is.

Gezien het belang van partijen bij vervroegde uitspraak, onder meer vanwege financiële beperkingen door het voortduren van het huwelijk, wijst de rechtbank het verzoek tot echtscheiding toe zonder mondelinge behandeling. De overige verzoeken blijven aangehouden voor een nader te bepalen zitting.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit wegens duurzaam ontwricht huwelijk en wijst het verzoek tot vervroegde uitspraak toe ondanks het ontbreken van een ouderschapsplan.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
locatie Middelburg
Zaak- / rekestnummer: C/02/435265/ FA RK 25-2416
beschikking d.d. 7 april 2026
in de zaak van
[de vrouw](hierna te noemen: de vrouw),
wonende te [plaats] ,
verzoekster,
advocaat: mr. D.J.A. Burlet, kantoorhoudende te Oostburg,
tegen
[de man](hierna te noemen: de man),
wonende te [plaats] ,
verweerder,
advocaat mr. L.E. van Hevele, kantoorhoudende te Oostburg.

1.De procedure

1.1
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- het verzoekschrift tot echtscheiding met nevenvoorzieningen, met producties, ingekomen op 8 mei 2025;
- het F7-formuier d.d. 28 mei 2025 van mr. Van Hevele, met als bijlage een referteverklaring van de man, ondertekend op 27 mei 2025;
- de brief d.d. 18 juli 2025 van mr. Burlet;
- het F9-formulier d.d. 24 juli 2025 van mr. Burlet, met bijlage;
- het e-mailbericht d.d. 16 juli 2025 van mevrouw [persoon] , medewerkster van [hulpverlening] ;
- het F9-formulier d.d. 9 december 2025 van mr. Van Hevele;
- het F9-formulier d.d. 10 december 2025 van mr. Burlet;
- het F9-formulier d.d. 29 januari 2026 van mr. Burlet;
- het e-mailbericht d.d. 17 februari 2026 van mevrouw [persoon] , medewerkster van [hulpverlening] .

2.De feiten

2.1.
Partijen, Nederlanders, zijn op 30 januari 2018 in de gemeente Sluis met elkaar gehuwd.
2.2
Uit het huwelijk van partijen zijn de navolgende, thans nog minderjarige, kinderen geboren:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2018 te [geboorteplaats] (België);
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2020 te [geboorteplaats] (België).
2.4.
Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.
2.5.
De minderjarigen verblijven bij de vrouw.

3.De beoordeling

Echtscheiding
3.1.
De vrouw heeft verzocht de echtscheiding uit te spreken. Zij heeft daartoe gesteld dat het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht. De man heeft zich ten aanzien van het echtscheidingsverzoek van de vrouw gerefereerd.
Ontvankelijkheid;
3.2.
Op grond van artikel 815, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtswetvordering (Rv), voor zover hier van belang, dient een (inleidend) verzoek tot echtscheiding een ouderschapsplan te bevatten ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen over wie zij al dan niet gezamenlijk het gezag uitoefenen. Nu het ouderschapsplan in de wet is geformuleerd als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding heeft de rechtbank de bevoegdheid een echtgenoot in een dergelijk verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815, lid 6 Rv).
3.3.
De rechtbank constateert dat er geen door beide partijen ondertekend ouderschapsplan is overgelegd. De vrouw heeft gesteld dat partijen niet in staat zijn om gezamenlijk afspraken over de minderjarige te maken die in een ouderschapsplan kunnen worden opgenomen. De onderlinge verstandhouding en communicatie tussen partijen dient te worden verbeterd. Daarnaast bestaan er zorgen over het gedrag van [minderjarige 1] . Bij beschikking d.d. 15 april 2025 van deze rechtbank met kenmerk C/02/432920 / FA RK 25-1278 heeft de rechtbank partijen dan ook doorverwezen naar het Uniform Hulpaanbod. Gebleken is dat dit traject loopt, er veelvuldig hulpverlening is ingezet, en nog enige tijd nodig heeft om resultaten te bereiken.
3.4.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de vrouw voldoende onderbouwd dat het voor haar op dit moment redelijkerwijs niet mogelijk is om een door beide partijen akkoord bevonden ouderschapsplan te overleggen. Het is voldoende aannemelijk dat de verhouding tussen partijen zodanig verslechterd is, dat zij op dit moment niet in staat zijn om gezamenlijk afspraken over de minderjarigen te maken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de vrouw voldoende heeft toegelicht waarom redelijkerwijs niet verwacht kan worden dat zij binnen een redelijke termijn alsnog een ouderschapsplan overlegt dat voldoet aan alle vereisten van artikel 815 lid 3 Rv Pro.
3.5.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is het verzoek tot echtscheiding van de vrouw ontvankelijk.
Bij vervroeging;
3.6.
De rechtbank begrijpt dat namens partijen wordt verzocht de echtscheiding bij vervroeging en zonder mondelinge behandeling uit te spreken, omdat zij daarbij een belang hebben. De vrouw stelt hiertoe dat het UHA-traject van partijen nog lopende is en voorlopig nog niet is afgerond. Daarnaast stelt de vrouw dat het voortduren van het huwelijk voor partijen financiële consequenties heeft en kan hebben. Zolang partijen nog formeel getrouwd zijn, ondervinden zij beperkingen bij het aangaan van bepaalde financiële verplichting, zoals bij het verkrijgen van een hypotheek.
3.7.
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank is van oordeel dat partijen, gelet op het tijdsverloop en hetgeen de vrouw daarover heeft aangevoerd, een wezenlijk belang hebben bij het vervroegd uitspreken van de echtscheiding. Gelet hierop en gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen met betrekking tot de ontvankelijkheid van het echtscheidingsverzoek, zal het verzoek tot echtscheiding, gelet op de referte van de man, als onweersproken en op de wet gegrond worden toegewezen.
Overige verzoeken
3.8.
De rechtbank houdt de zaak ten aanzien van de overige verzoeken die nog voorliggen aan de rechtbank aan en verwijst deze naar een nader te bepalen mondelinge behandeling.
3.9.
Het voorgaande leidt tot de volgende tussenbeslissing.

4.De beslissing

4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op 30 januari 2018 in de gemeente Sluis;
4.2.
verwijst de zaak voor wat betreft de overige verzoeken aan tot een nader te bepalen mondelinge behandeling;
4.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Hopmans, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026 in tegenwoordigheid mr. De Haard, griffier.

Voetnoten

1.Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan – uitsluitend door een advocaat – hoger beroep tegen deze beschikking worden ingesteld, zulks door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, en door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.