ECLI:NL:RBZWB:2026:385
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-beschikking niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-beschikking van 30 oktober 2024 betreffende een onroerend goed. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de beroepstermijn.
De wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift is zes weken na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar, die op 30 oktober 2024 is gedateerd. De termijn eindigde derhalve op 12 december 2024. Het beroepschrift is echter pas op 17 februari 2025 ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn.
Belanghebbende stelde dat het beroepschrift eerder per post was verzonden, maar kon dit niet aannemelijk maken met bewijsstukken. De rechtbank oordeelt dat het risico van postbezorging voor rekening van belanghebbende komt en dat er geen sprake is van een verontschuldigbare omstandigheid. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen worden gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-beschikking is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verontschuldigbare reden.