Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[verdachte] ,
Procedure
Beoordeling
Beslissing
30 (dertig) dagen;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 6 januari 2026 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant de voorlopige hechtenis van verdachte verlengd met 30 dagen. Verdachte wordt verdacht van poging tot moord gepleegd op 18 december 2025, waarbij het slachtoffer in de buik werd gestoken. De rechtbank baseert zich op verklaringen van getuigen en het feit dat het conflict tussen verdachte en slachtoffer voortduurt.
De rechtbank overweegt dat de ernst van het feit, de korte tijd sinds het delict, de locatie in een kleine dorpsgemeenschap en de publieke reactie leiden tot een ernstig geschokte rechtsorde. Dit brengt mee dat vrijlating van verdachte tot maatschappelijke onrust kan leiden en niet in overeenstemming is met de heersende rechtsovertuiging.
De rechtbank wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af, omdat het strafvorderlijk belang zwaarder weegt dan het persoonlijk belang van verdachte. Er zijn geen zwaarwegende persoonlijke omstandigheden of rapporten van de reclassering die schorsing verantwoord zouden maken. Wel wordt de officier van justitie verzocht een reclasseringsonderzoek te laten uitvoeren om mogelijke voorwaarden voor schorsing te onderzoeken.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt met 30 dagen verlengd en het verzoek tot schorsing wordt afgewezen.