ECLI:NL:RBZWB:2026:393
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij invorderingsrente inkomstenbelasting 2019
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de ontvanger van de Belastingdienst over de invorderingsrente op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2019. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De rechtbank stelt vast dat het griffierecht van €53,- niet binnen de gestelde termijnen is betaald. De griffier heeft belanghebbende op 18 oktober 2025 en opnieuw op 17 november 2025 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling en de termijn. De aangetekende brief is op 21 november 2025 in ontvangst genomen, maar betaling bleef uit.
Belanghebbende heeft geen verontschuldiging gegeven voor het niet betalen van het griffierecht. De rechtbank concludeert daarom dat het beroep niet-ontvankelijk is en dat het bestreden besluit ongewijzigd blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betalen van het griffierecht, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.