Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
- a) een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening te verlenen voor de duur van vier weken en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren; de GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen;
- b) aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlenen in een gezinsgerichte voorziening voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4.De beoordeling
Hoewel ook de kinderrechter deze zorgen wel degelijk ziet, zal naar zijn inschatting het risico op escalerend gedrag van de moeder nu of later - als de moeder hoort waar [minderjarige] is geplaatst - niet anders zijn. In dit licht bezien ziet de kinderrechter onvoldoende meerwaarde in het nu al nemen - zónder voorafgaand horen van de belanghebbenden - van een beslissing zoals verzocht door de GI.
Ten slotte betrekt de kinderrechter bij zijn oordeel dat de GI telefonisch desgevraagd heeft aangegeven dat de moeder een goede band heeft met het huidige crisispleeggezin, dat zij goed met hen in gesprek is. De kinderrechter gaat er vanuit dat [minderjarige] in ieder geval totdat de rechter heeft geoordeeld op het onderhavige verzoek sub b in het huidige crisispleeggezin kan blijven en dat de moeder deze plaatsing kan blijven respecteren, hoe moeilijk dat voor haar ook is.
5.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.