Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen een WIA-uitkeringsbesluit van 26 februari 2025. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres het UWV op 18 december 2025 in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien het belang van zorgvuldige besluitvorming en het tekort aan verzekeringsartsen, wordt een termijn van vier maanden opgelegd. Daarnaast wordt een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt.
De rechtbank stelt tevens de reeds verschuldigde bestuurlijke dwangsom vast op € 1.442. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 6 mei 2026.