Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4016

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
25/5128 PW
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18 lid 5 Participatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging maatregel wegens weigering algemeen geaccepteerde arbeid zonder geldige reden

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van Orionis Walcheren om zijn bijstandsuitkering met 30% te verlagen vanwege het weigeren van aangeboden schoonmaakwerk. De rechtbank heeft op 6 mei 2026 mondeling uitspraak gedaan na een zitting in Middelburg.

De rechtbank overweegt dat het aangeboden schoonmaakwerk algemeen geaccepteerde arbeid betreft die eiser in principe moet aanvaarden. Eiser gaf twee redenen voor weigering: een medische reden die niet met stukken werd onderbouwd, en het argument dat het werk zijn taalvaardigheid niet zou verbeteren. Beide redenen worden door de rechtbank niet als voldoende gegrond beschouwd.

Hoewel Orionis tekort is geschoten in het opstellen van een duidelijk individueel plan van aanpak, is dit niet voldoende om de maatregel onterecht te achten. De rechtbank vindt dat eiser duidelijk had moeten zijn dat weigering consequenties zou hebben en acht de opgelegde maatregel van 30% passend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser heeft geen recht op vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de maatregel van 30% verlaging van de bijstandsuitkering wegens weigering van algemeen geaccepteerde arbeid zonder geldige reden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5128 PW
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 6 mei 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], te [plaats], eiser,

gemachtigde: mr. W.R. Aerts,
en

het dagelijks bestuur van Orionis Walcheren (Orionis), verweerder.

Procesverloop

1.1
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 20 augustus 2025 (bestreden besluit) van Orionis over de oplegging aan hem van een maatregel op grond van de Participatiewet (PW).
1.2
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Middelburg op 6 mei 2026. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Orionis heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam]. Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan.

Overwegingen

2.1
Eiser ontvangt van Orionis een bijstandsuitkering. Orionis heeft deze uitkering over één maand met 30% verlaagd omdat eiser aangeboden werk heeft geweigerd.
2.2
Op grond van artikel 18, lid 5, van de PW wordt de bijstand met 100% over één maand verlaagd als algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt aanvaard.
2.3
Aan eiser is schoonmaakwerk aangeboden bij een zorginstelling voor 22,5 uur per week. Dat is algemeen geaccepteerde arbeid, die hij in beginsel moet aanvaarden. Eiser heeft die arbeid geweigerd. De vraag is of hij daarvoor een goede reden had.
2.4
Eiser heeft twee redenen genoemd waarom hij dit werk geweigerd heeft.
Ten eerste is er volgens eiser een medische reden. Hij heeft die reden echter niet onderbouwd met (medische) stukken. Dit is dan ook geen goede reden voor werkweigering.
2.5
De tweede reden voor weigering van het schoonmaakwerk is volgens eiser dat hij met dat werk zijn doel niet kan bereiken: het verbeteren van zijn taalvaardigheid. Het belangrijkste doel van werk is echter om daarmee inkomen te verkrijgen en zo uit de bijstand te komen. Schoonmaakwerk staat ook niet in de weg aan taalverbetering; eiser kon daarnaast taallessen blijven volgen. Overigens zou het schoonmaakwerk, ook al was dat zeer beperkt, hebben kunnen bijgedragen aan eisers taalontwikkeling. Ook in dat werk zou eiser collega’s of leidinggevenden hebben gehad waarmee hij een praatje had kunnen maken. Deze reden is daarom evenmin voldoende reden om het schoonmaakwerk te weigeren.
2.6
Omdat eiser geen goede reden heeft gegeven waarom hij het schoonmaakwerk geweigerd heeft, heeft Orionis terecht aan eiser een maatregel opgelegd.
2.7
Over eisers stelling dat Orionis ten onrechte geen plan van aanpak heeft opgesteld, overweegt de rechtbank als volgt.
De gemachtigde van Orionis heeft op zitting uitleg gegeven over het plan van aanpak. Hij heeft toegelicht dat het plan van aanpak bestaat uit het vastleggen van onder andere gesprekken en app-verkeer in een computerprogramma.
Naar het oordeel van de rechtbank is deze werkwijze niet in lijn met de Re-integratieverordening Participatiewet Orionis Walcheren, waarin is bepaald dat de ondersteuning wordt vastgelegd in een individueel plan van aanpak. Uitsluitend het vastleggen van gesprekken, mails en appjes in een computerprogramma is onvoldoende om als ‘plan van aanpak’ te kunnen dienen. Een plan van aanpak – in algemeen taalgebruik – hoort duidelijke afspraken te bevatten over het beoogde doel en hoe dat kan worden bereikt. Een dergelijk duidelijk plan van aanpak ontbreekt in dit geval. Daarin is Orionis dus tekortgeschoten.
2.8
Dat laat onverlet dat het voor eiser duidelijk was of in elk geval had moeten zijn dat hij het schoonmaakwerk niet kon weigeren zonder dat dat consequenties had. Naar het oordeel van de rechtbank is met deze tekortkomingen bovendien voldoende rekening gehouden doordat aan eiser een maatregel van 30% is opgelegd in plaats van een maatregel van 100%.
2.9
De rechtbank komt tot de slotsom dat het bestreden besluit standhoudt. Het beroep is daarom ongegrond. Als gevolg hiervan heeft eiser geen recht op vergoeding van het griffierecht of de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.D. Sebel, griffier, op 6 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.