Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4031

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
02-700159-17
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging tbs-maatregel wegens laag recidiverisico

Betrokkene is in 2018 tbs opgelegd na ontslag van alle rechtsvervolging wegens poging tot doodslag. De tbs is sindsdien meerdere malen verlengd, maar de laatste verlenging betrof een termijn van één jaar in april 2025.

In maart 2026 heeft het openbaar ministerie een vordering ingediend tot verlenging van de tbs met een jaar. Tijdens de zitting op 30 april 2026 zijn betrokkene, zijn raadsman, de officier van justitie en een deskundige van de Verslavingsreclassering gehoord. Tevens zijn adviezen van de reclassering, psychiater en psycholoog besproken.

De deskundigen rapporteren dat betrokkene stabiel is, medicatietrouw, abstinent van middelen en goed begeleid wordt in een beschermde woonvorm. Het recidiverisico wordt als laag ingeschat, mede door de gunstige situatie en de voortzetting van zorg na beëindiging van de tbs. De officier van justitie en de verdediging pleiten beiden voor afwijzing van de verlengingsvordering.

De rechtbank oordeelt dat niet langer wordt voldaan aan het wettelijke criterium voor verlenging van de tbs, omdat de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen dit niet meer vereist. De vordering tot verlenging wordt daarom afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de tbs af wegens een laag recidiverisico en stabiele situatie van betrokkene.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 02-700159-17
Beslissing van de meervoudige kamer van 30 april 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,
verblijvende te [adres] ,
hierna: betrokkene,
raadsman mr. J.C.W.L. Grootjans, advocaat te Middelburg.

1.Inleiding

Bij vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 7 mei 2018 is betrokkene wegens
poging tot doodslag ontslagen van alle rechtsvervolging en is aan hem tbs met verpleging
van overheidswege opgelegd.
De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste
lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De termijn van de tbs is op 23 mei 2018 aangevangen.
Bij beslissing van deze rechtbank van 22 mei 2024 is de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd onder de in die beslissing genoemde voorwaarden.
Bij beslissing van deze rechtbank van 18 april 2025 is de tbs laatstelijk verlengd voor een termijn van één jaar.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 24 maart 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs met één jaar. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 30 april 2026 behandeld. Officier van justitie, mr. P.W.P. Emmen, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door J.C.W.L. Grootjans, advocaat te Middelburg. Verder is [deskundige] van de Verslavingsreclassering GGZ Novadic-Kentron als deskundige gehoord.

3.Adviezen

3.1.
Advies reclassering
De reclassering adviseert in het rapport van 2 maart 2026 de tbs niet te verlengen. Betrokkene is vanaf 17-jarige leeftijd bekend binnen de geestelijke gezondheidszorg vanwege poly-middelenmisbruik en psychotische klachten. Gedurende de tbs-maatregel zijn de psychotische klachten van betrokkene naar de achtergrond verdwenen en is hij abstinent geraakt van middelen. Hij is goed ingesteld op medicatie en is medicatietrouw. Betrokkene houdt zich aan de afspraken met de betrokken hulpverlening en gaat zorgvuldig om met zijn opgebouwde vrijheden en verlofmomenten. Betrokkene is vanwege zijn problematiek langdurig aangewezen op zorg waarbij enige mate van controle en sturing noodzakelijk blijft. Met name bij een toename aan stressvolle factoren is het van belang dat signalen van overprikkeling tijdig worden opgemerkt zodat psychotische decompensatie voorkomen kan worden. Het toestandsbeeld van betrokkene is de afgelopen jaren stabiel gebleven waardoor de mate van toezicht en begeleiding binnen het huidige tbs-kader stapsgewijs kon worden afgeschaald. Ook het middelengebruik van betrokkene is in langdurige remissie. Op dit moment verblijft betrokkene bij [locatie] op een beschermde woonvorm voor mensen met psychiatrische klachten die veelal chronisch van aard zijn. De overstap naar [locatie] is goed verlopen en de risico’s zijn laag gebleven. Betrokkene heeft baat bij de mate van structuur en toezicht die hem vanuit [locatie] geboden wordt. De reclassering schat het recidiverisico binnen de huidige omstandigheden in als laag. Bij het wegvallen van het justitieel kader zal de mate van begeleiding, woonsituatie en medicatie hetzelfde blijven. De verwachting is dat betrokkene wanneer het tbs-kader wegvalt op vrijwillige basis in behandeling en begeleiding zal blijven en medicatie zal blijven nemen. Het ambulante behandelteam zal tijdig in kunnen grijpen als de situatie van betrokkene onverhoopt zou verslechteren of als er sprake is van een terugval in middelengebruik. De reguliere hulpverlening zal de risico’s voldoende kunnen beperken. Een WLZ-indicatie is aangevraagd en zal na het tbs kader ingaan Gezien de inschatting van het lage risico in combinatie met de vrijwillige medewerking vanuit betrokkene om de huidige zorg te behouden is de noodzaak tot verlenging van de tbs niet aan de orde.
Ter zitting heeft de deskundige daaraan nog toegevoegd dat de WLZ-indicatie is aangevraagd, maar dat de huidige zorg ook blijft doorlopen als de WLZ-indicatie nog op zich laat wachten.
3.2.
Advies psychiater
Uit het rapport van [de psychiater] van 30 december 2025 blijkt dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie en een stoornis in het gebruik van alcohol, cannabis, cocaïne, amfetamine en opioïde, in remissie in een gereguleerde omgeving. Het recidiverisico vloeit voort uit betrokkenes schizofrenie. Tijdens een psychotische decompensatie is bij betrokkene sprake van vijandigheid en algemene ontregeling waardoor impuls- en agressieregulatie aangetast zijn. Tevens is dan sprake van oordeels- en kritiekstoornissen. Het risico hangt ook samen met de verslavingsproblematiek. Actieve middelenverslaving werkt zeer destabiliserend op betrokkenes toestandsbeeld en op zijn leefomstandigheden. Als betrokkene adequaat ingesteld is op medicatie, hij voldoende ondersteuning krijgt, hij geen middelen gebruikt, er sprake is van een supportieve setting waarin hij verblijft en er gedoseerde druk op hem wordt gelegd, is het recidiverisico laag. Het risico is verder afhankelijk van de situationele omstandigheden. Die zijn nu gunstig. Betrokkene woont bij [locatie] , een setting die tot nu toe adequaat is gebleven. Onder huidige omstandigheden is het recidiverisico laag. Het lage recidiverisico hangt samen met betrokkenes motivatie om de leefregels na te leven, die van belang zijn bij schizofrenie: het innemen van de medicatie, abstinentie van middelen en het zich openstellen voor ondersteuning en hulpverlening. Voor een optimaal risicomanagement is het nodig om de medicamenteuze behandeling van schizofrenie voort te zetten. Ook is het van belang dat betrokkene abstinent blijft. Verder is het nodig dat betrokkene voldoende ondersteuning en structuur aangeboden krijgt, wat het geval is bij [locatie] . Ambulante psychiatrische begeleiding is een belangrijk onderdeel van het ziekte- en risicomanagement. Gelet op de bereikte stabiliteit en het gunstige risicoprofiel, wordt geadviseerd om de tbs niet te verlengen, mits betrokkene de nodige WLZ-indicatie krijgt voor voortzetting van zijn verblijf bij [locatie] .
3.3.
Advies psycholoog
Uit het rapport van [psycholoog] van 4 februari 2026 blijkt dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie en polymiddelenafhankelijkheid (cocaïne, sedativa, cannabis, heroïne en alcohol), langdurig in remissie in een gereguleerde omgeving. Door het psychiatrische toestandsbeeld, langdurig middelengebruik en mogelijk ook gebruik van medicatie, is er sprake van cognitief verval (hij functioneert op verstandelijk beperkt niveau). Het risico op een recidive van een geweldsdelict wordt onder de huidige omstandigheden, ook na beëindiging van de tbs-maatregel, ingeschat als laag. Betrokkene heeft zich gedurende zijn behandeling in positieve zin ontwikkeld. De overplaatsing naar [locatie] heeft geen problemen opgeleverd. Betrokkene is vanwege zijn pathologie blijvend afhankelijk van externe ondersteuning. Daarbij moet hij gemonitord worden op het gebruik van medicatie, abstinentie van middelen en geholpen worden bij het vinden van de juiste balans tussen onder- en overvraging. Begeleiding vanuit de [locatie] voorziet hierin. Daarbij is wel van belang dat de financiering van zijn verblijf (WLZ-indicatie) geregeld is. Geadviseerd wordt de tbs te beëindigen.

4.Standpunt van partijen

4.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht de vordering af te wijzen. Er wordt niet voldaan aan het wettelijk criterium voor verlenging van de tbs, omdat sprake is van een laag recidiverisico.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
Betrokkene en de raadsman hebben afwijzing van de vordering bepleit. Er wordt niet voldaan aan het wettelijk criterium voor verlenging van de tbs, omdat sprake is van een laag recidiverisico. De verhuizing naar [locatie] is goed verlopen en betrokkene zal daar blijven wonen en zich aan de daar geldende voorwaarden blijven houden. In praktische zin zal er weinig veranderen na beëindiging van de tbs.

5.Beoordeling

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs met voorwaarden eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de reclassering, de psycholoog en de psychiater, wordt niet meer voldaan aan dit wettelijke criterium. Betrokkene is de afgelopen jaren met zichzelf aan de slag gegaan met behulp van de kliniek en de reclassering. Dat heeft ertoe geleid dat er onder de huidige omstandigheden sprake van een laag recidiverisico, ook in het geval van beëindiging van de tbs. De rechtbank complimenteert betrokkene hiermee en benoemt dat van belang is dat betrokkene zijn medicatie blijft innemen, geen drugs en alcohol gebruikt en behandeling en geleiding blijft accepteren.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, niet langer meer eist dat de tbs wordt verlengd. De vordering van de officier van justitie zal dan ook worden afgewezen.

6.Beslissing

De rechtbank:
wijst afde vordering van de officier van justitie van 24 maart 2026 tot verlenging van de tbs.
Deze beslissing is genomen door mr. H. Skalonjic, voorzitter,
en mr. G.H. Nomes en mr. B. Akdikan, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.J. van der Welle, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 30 april 2026.