ECLI:NL:RBZWB:2026:4031
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging tbs-maatregel wegens laag recidiverisico
Betrokkene is in 2018 tbs opgelegd na ontslag van alle rechtsvervolging wegens poging tot doodslag. De tbs is sindsdien meerdere malen verlengd, maar de laatste verlenging betrof een termijn van één jaar in april 2025.
In maart 2026 heeft het openbaar ministerie een vordering ingediend tot verlenging van de tbs met een jaar. Tijdens de zitting op 30 april 2026 zijn betrokkene, zijn raadsman, de officier van justitie en een deskundige van de Verslavingsreclassering gehoord. Tevens zijn adviezen van de reclassering, psychiater en psycholoog besproken.
De deskundigen rapporteren dat betrokkene stabiel is, medicatietrouw, abstinent van middelen en goed begeleid wordt in een beschermde woonvorm. Het recidiverisico wordt als laag ingeschat, mede door de gunstige situatie en de voortzetting van zorg na beëindiging van de tbs. De officier van justitie en de verdediging pleiten beiden voor afwijzing van de verlengingsvordering.
De rechtbank oordeelt dat niet langer wordt voldaan aan het wettelijke criterium voor verlenging van de tbs, omdat de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen dit niet meer vereist. De vordering tot verlenging wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de tbs af wegens een laag recidiverisico en stabiele situatie van betrokkene.