ECLI:NL:RBZWB:2026:4032
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens ontbreken gezagsverhouding bij mantelzorg
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een WW-uitkering, die door het UWV is afgewezen wegens het niet voldoen aan de wekeneis. Eiseres voerde aan dat zij 31 van de 36 weken had gewerkt, waaronder een periode als mantelzorger voor haar moeder, en dat zij loon ontving. Het UWV stelde dat de mantelzorg niet meetelde omdat er geen gezagsverhouding was, essentieel voor het aannemen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.
De rechtbank onderzocht of er sprake was van een gezagsverhouding tussen eiseres en haar moeder. Hoewel er zorgovereenkomsten waren, ontbraken daarin essentiële afspraken zoals over werktijden, ziekteverzuim en vervanging. Ook ontbrak objectieve en controleerbare informatie over de feitelijke invulling van de werkzaamheden. De rechtbank vond dat de familierelatie niet leidend mocht zijn en dat het toezicht van de Sociale Verzekeringsbank niet relevant was voor het gezagscriterium.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht had geoordeeld dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond en dat eiseres daarom geen WW-uitkering kon krijgen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het griffierecht bleef voor rekening van eiseres.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van de WW-uitkering is ongegrond verklaard wegens ontbreken van een gezagsverhouding.