ECLI:NL:RBZWB:2026:4048
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging gemeentelijke opvang ontheemden Oekraïne afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de gemeente Tilburg om de gemeentelijke opvang te beëindigen vanwege een terugkeerbesluit van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting en stelt vast dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
De kern van de niet-ontvankelijkheid ligt in het niet tijdig betalen van het griffierecht van € 200,-. Verzoeker heeft aangegeven niet in staat te zijn dit te betalen, maar heeft geen bewijs van inkomen of vermogen overgelegd. De rechtbank heeft dit verzoek om ontheffing van griffierecht afgewezen. Ondanks een aangetekende brief om alsnog te betalen, is het griffierecht niet voldaan binnen de gestelde termijn en is geen verontschuldiging gegeven.
Daarnaast is gebleken dat het bezwaar van verzoeker tegen het beëindigingsbesluit op 2 april 2026 ongegrond is verklaard en dat er geen beroep is ingesteld. Hierdoor ontbreekt een lopende bezwaar- of beroepsprocedure, wat ook een vereiste is voor het treffen van een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek daarom niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Snoeks op 12 mei 2026 en bindt niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van griffierecht en het ontbreken van een lopende bezwaar- of beroepsprocedure.