Eiseres heeft op 29 januari 2025 een aanvraag ingediend bij het UWV voor herbeoordeling van een WIA-uitkering van een (ex-)werknemer. Het UWV ontving deze aanvraag op 4 februari 2025 en had uiterlijk 1 april 2025 moeten beslissen. Na het uitblijven van een besluit stelde eiseres het UWV op 10 april 2025 in gebreke, waarna het UWV de ingebrekestelling op 14 april 2025 ontving.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. Hoewel het UWV een langere termijn van vier maanden verzocht vanwege capaciteitsproblemen en een tekort aan verzekeringsartsen, acht de rechtbank een termijn van twee weken na verzending van het vonnis passend, mede omdat het UWV al ruim meer tijd heeft gehad dan de gevraagde vier maanden.
De rechtbank legt het UWV op binnen twee weken na verzending van het vonnis alsnog een besluit te nemen en stelt een dwangsom van €100 per dag vast voor elke dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Tevens moet het UWV het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 13 mei 2026.