ECLI:NL:RBZWB:2026:4066
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake leerplichtambtenaar
Verzoekster heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen naar aanleiding van een brief van de leerplichtambtenaar waarin sprake zou zijn van een 'absoluut verzuim' en de aankondiging van het opmaken van een proces-verbaal.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb besloten geen zitting te houden en heeft verzoekster verzocht het spoedeisend belang nader toe te lichten en een kopie van de brief te overleggen. Tevens is gevraagd om de gevolgen van handhaving tijdens de beroepsprocedure en de onomkeerbaarheid daarvan toe te lichten.
Verzoekster heeft niet gereageerd op dit verzoek om nadere toelichting. Hierdoor ontbrak een onderbouwd spoedeisend belang, hetgeen essentieel is voor het treffen van een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een toegelicht spoedeisend belang.