ECLI:NL:RBZWB:2026:4086
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen woningsluiting op grond van de Opiumwet
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 13 mei 2026 uitspraak gedaan over het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Tilburg om een woning te sluiten op grond van de Opiumwet.
De burgemeester sloot de woning voor een maand vanwege de vondst van 306,5 pillen amfetamine, 10,25 gram amfetaminepasta, wapens en twee telefoons, die duiden op drugshandel. De burgemeester baseerde zich ook op een Fixi-melding en eerdere politie-waarnemingen. Verzoeker betwistte de bevoegdheid van de burgemeester niet, maar voerde aan dat de sluiting buiten zijn invloedsfeer ligt en dat er sprake is van bijzondere omstandigheden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was en dat sluiting een geschikt, noodzakelijk en evenwichtig middel is om de openbare orde te herstellen en risico’s voor omwonenden te beperken. De belangen van verzoeker, waaronder zijn verslavingszorg en tijdelijke huisvesting, wogen niet zwaarder dan het belang van de sluiting. De verhuurder had nog geen ontbinding van de huurovereenkomst gerealiseerd.
De voorlopige voorziening werd afgewezen, waardoor de woningsluiting voor de duur van een maand gehandhaafd blijft. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de woningsluiting op grond van de Opiumwet is afgewezen, waardoor de woning voor een maand gesloten blijft.