ECLI:NL:RBZWB:2026:4100

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 april 2026
Publicatiedatum
14 mei 2026
Zaaknummer
C/02/446944 / FA RK 26-1815
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing machtiging voortzetting crisismaatregel wegens psychotische decompensatie

Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel in een zorginstelling na een incident waarbij hij roekeloos reed en een eenzijdig ongeluk veroorzaakte, vermoedelijk onder invloed van verdovende middelen. De burgemeester van Tilburg gaf de crisismaatregel af op 10 april 2026.

De officier van justitie verzocht de rechtbank om verlenging van deze maatregel voor drie weken. Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werden betrokkene, zijn advocaat, een psychiater en een arts in opleiding gehoord. De arts rapporteerde dat betrokkene psychotisch was gedecompenseerd en medicatie nodig had om stabiel te worden.

De rechtbank oordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, veroorzaakt door een psychische stoornis binnen het schizofreniespectrum en verslavingsstoornissen. Gezien de ernst van de crisissituatie kon de procedure voor een zorgmachtiging niet worden afgewacht.

De toegewezen verplichte zorg omvat medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting, onderzoeken en beperkingen in de vrijheid, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. Betrokkene verzette zich tegen de zorg, maar er waren geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging geldt tot en met 4 mei 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door psychotische decompensatie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446944 / FA RK 26-1815
Datum uitspraak: 13 april 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
verblijvende in een accommodatie van [zorginstelling] ,
advocaat mr. F.E.R.M. Verhagen uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [psychiater] , psychiater;
  • mevrouw [arts i.o.] , arts in opleiding.
1.3.
Tevens waren bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar zijn niet gehoord:
  • [verpleegkundige] , verpleegkundige
  • [agoog] , agoog.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in de accommodatie van [zorginstelling] . De burgemeester van de gemeente Tilburg heeft de crisismaatregel op 10 april 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft aan dat hij weet dat hij hulp nodig heeft, maar hier niet de beste plek voor hem is. Hij voelde het dit keer te laat aankomen dat het slechter met hem ging en het explodeerde.
4.2.
De arts in opleiding brengt, samengevat, naar voren zij van het ambulante behandelteam heeft begrepen dat de afgelopen periode goed is verlopen maar betrokkene wel afwerend in contact was. Tweede Paasdag heeft betrokkene vermoedelijk verdovende middelen gebruikt waarop het huidige beeld is ontstaan. Bij binnenkomst was betrokkene geagiteerd, onvoorspelbaar en kon hij moeilijk contact maken. Er is noodmedicatie toegediend bij betrokkene waarop hij in de EBK is gekomen. In het weekend verliep het contact stroef (betrokkene was oninvoelbaar) waarop er nogmaals noodmedicatie is toegediend. Het plan is om betrokkene stabieler te krijgen met medicatie zodat hij zo snel mogelijk uit de EBK kan voor verdere behandeling.
4.3.
De psychiater verklaart dat bekend is of betrokkene een behandeling voor de verslaving heeft gehad.
4.4.
De advocaat geeft aan dat betrokkene naar huis wil en verzoekt aan de rechtbank om dit mee te nemen in haar overweging. Met betrekking tot de drie zorgmodaliteiten die zien op het gebruik van verdovende middelen vraagt de advocaat zich af of dit strikt noodzakelijk is.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige materiële schade, ernstige financiële schade en maatschappelijke teloorgang. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene net voor de crisisopname roekeloos heeft gereden op een avond vervolgens in de morgen een eenzijdig ongeluk heeft veroorzaakt en bij de politie een warrig verhaal heeft verteld. De politie vermoedde drugsgebruik.
5.3.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene psychotisch is gedecompenseerd in het kader van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.
5.4.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.5.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.6.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Uit het gedrag en de boosheid van betrokkene laat hij verzet zien tegen de opname.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.8.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.5 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 mei 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 23 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.