ECLI:NL:RBZWB:2026:4104

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 april 2026
Publicatiedatum
14 mei 2026
Zaaknummer
C/02/446607 / FA RK 26-1642
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens Korsakov dementie

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1957, voor de duur van zes maanden. De zitting vond plaats op 13 april 2026, waarbij betrokkene, haar casemanager en echtgenoot werden gehoord.

Betrokkene gaf aan dat zij zich goed voelt en thuis wil blijven wonen, terwijl de casemanager en echtgenoot ernstige zorgen uitten over haar gezondheid en zorgbehoefte. Betrokkene lijdt aan Korsakov dementie, veroorzaakt door alcoholmisbruik, wat leidt tot ernstig lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De thuissituatie is problematisch, met weigering van zorg en dagbesteding door betrokkene en gezondheidsproblemen bij haar echtgenoot.

De rechtbank oordeelde dat opname noodzakelijk en geschikt is om ernstig nadeel te voorkomen, omdat thuiszorg niet toereikend is en er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De machtiging wordt verleend voor zes maanden, tot en met 13 oktober 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door Korsakov dementie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446607 / FA RK 26-1642
Datum uitspraak: 13 april 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1957 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. V.C. Andeweg uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [casemanager] , casemanager;
  • de echtgenoot van betrokkene.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene geeft aan dat het goed met haar gaat en dat zij nog thuis kan blijven wonen. Daarnaast geeft betrokkene aan dat zij graag eigen baas wil zijn.
3.2.
De casemanager brengt, samengevat, naar voren dat er bij betrokkene sprake is van Korsakov dementie. De zorg die echtgenoot voor betrokkene draagt is intensief en inmiddels heeft hij eigen gezondheidsproblemen. Op het moment dat betrokkene alle aangeboden (thuis)zorg en dagbestedingsmogelijkheden weigert, dan zijn er voor de vrijwillige zorg ook geen mogelijkheden, aldus de casemanager. Betrokkene is heel standvastig over het feit dat zij geen zorg wenst te ontvangen.
3.3.
De echtgenoot van betrokkene geeft aan dat hij zich zorgen maakt om haar. Betrokkene is sinds haar thuiskomst veel afgevallen. Verder uit hij zijn boosheid over de, naar zijn mening, (te) passieve houding vanuit de zorg. Zij zijn in het verleden te afwachtend geweest in het aanbieden van hulp en ondersteuning, terwijl vanuit hem wel is aangegeven dat het nodig was.
3.4.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek gelet op de wens van betrokkene om thuis te blijven wonen.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten uitgebreide neurocognitieve stoornissen voornamelijk door alcoholmisbruik in het verleden.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene inmiddels vervuild is en in gewicht afvalt. Betrokkene kan geen goede risico inschatting maken bij het lopen door haar huis waarlangs zij het beste obstakels kan verminderen, mogelijk door een verminderde visus. Daarnaast weigert betrokkene gebruik te maken van een looprek. De echtgenoot van betrokkene heeft inmiddels zelf ernstige gezondheidsproblemen en lijkt te kampen met mentale uitputting. Voorts weigert betrokkene al langere tijd hulp van de thuiszorg en huishoudelijke hulp.
4.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er is voldoende gebleken dat de thuissituatie van betrokkene steeds problematischer wordt. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig en die kan in de thuissituatie niet worden geboden.
4.5.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft aan dat ze perse niet opgenomen wil worden in een verpleeghuis.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de overgelegde stukken blijkt dat in de thuissituatie niet de benodigde zorg kan worden geleverd. De mogelijkheden die eerder werden gezien, zijn niet langer haalbaar. Alternatieven, zoals dagbesteding, worden door betrokkene geweigerd. Er is dan geen ander alternatief dan opname van betrokkene.
4.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1957 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 oktober 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 23 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.