ECLI:NL:RBZWB:2026:4253
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag aanvullende bijstand wegens gezamenlijke huishouding en financiële verstrengeling
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor aanvullende bijstand op grond van de Participatiewet, welke door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen is afgewezen. De afwijzing is gebaseerd op het standpunt dat eiseres een gezamenlijke huishouding voert met haar medebewoner, waardoor zij niet als zelfstandig subject van bijstand kan worden beschouwd.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiseres en haar medebewoner beiden hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en dat er sprake is van financiële verstrengeling, zoals het gezamenlijk dragen van huur en energiekosten, het afwisselend doen van boodschappen met wederzijdse betalingen, en het gebruik van elkaars middelen. Dit voldoet aan de criteria voor een gezamenlijke huishouding volgens artikel 3 lid 3 van Pro de Participatiewet.
Eiseres voerde aan dat zij niet rond kan komen van haar uitkering en dat de huur door de medebewoner wordt betaald, maar de rechtbank oordeelde dat de actuele situatie na de aanvraagperiode niet relevant is voor de beoordeling. De rechtbank concludeert dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor aanvullende bijstand wordt ongegrond verklaard wegens het bestaan van een gezamenlijke huishouding met financiële verstrengeling.