ECLI:NL:RBZWB:2026:4268

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
C/02/425778 / HA ZA 24-469 (T)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • De Vlieger
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:23 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BWArt. 6:162 BWArt. 6:265 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koop- en aannemingsovereenkomst WKK-installatie wegens ondeugdelijk presteren en schadevergoeding

Gentily en Solei sloten een overeenkomst voor levering en plaatsing van een tweedehands WKK-installatie inclusief onderhoudscontract met MWM. Gentily mocht verwachten dat de installatie door MWM zou worden goedgekeurd en operationeel zou zijn. Na oplevering keurde MWM de installatie af vanwege gebreken, waarna Gentily de overeenkomst ontbond wegens tekortkoming van Solei.

De rechtbank stelde vast dat Solei tekortgeschoten is in haar verplichtingen, omdat zij geen door MWM goedgekeurde installatie leverde. De ontbinding door Gentily was rechtsgeldig. Solei is verplicht het reeds betaalde bedrag terug te betalen met wettelijke rente vanaf de ontbindingsdatum.

Daarnaast is Solei aansprakelijk voor schade die Gentily heeft geleden, waaronder kosten voor het gereedmaken van het perceel en gederfde inkomsten. De rechtbank wees de schadevergoeding toe, maar hield de beslissing over de omvang van de gederfde inkomsten aan voor nadere stukken. De vordering van Solei tot betaling van het resterende koopbedrag werd afgewezen. De vrijwaringsvordering van Solei tegen MWM werd eveneens afgewezen wegens gebrek aan schending van een zorgplicht door MWM.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de ontbinding van de overeenkomst gerechtvaardigd, wijst terugbetaling en schadevergoeding toe en wijst de vordering van Solei af.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer hoofdzaak: C/02/425778 / HA ZA 24-469
Zaaknummer vrijwaringszaak: C/02/432549 / HA ZA 25-125
Vonnis van 13 mei 2026
in de hoofdzaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GENTILY B.V.,
gevestigd te 's-Gravenzande,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
hierna te noemen: Gentily,
advocaat: mr. R.D. Kersbergen,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SOLEI CONSTRUCT B.V.,
gevestigd te Rijswijk, gemeente Altena,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
hierna te noemen: Soleil,
advocaat: mr. C.W.I. van Vlokhoven,
en in de vrijwaringszaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SOLEI CONSTRUCT B.V.,
gevestigd te Rijswijk, gemeente Altena,
eiseres,
hierna te noemen: Soleil,
advocaat: mr. C.W.I. van Vlokhoven,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MWM BENELUX B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde,
hierna te noemen: MWM,
advocaat: mr. C.N. van Dooren.

1.De procedure in de hoofdzaak

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– het tussenvonnis van 19 maart 2025 en de daarin genoemde stukken,
– de conclusie van antwoord in reconventie met productie 16,
– de akte overlegging productie 17 tevens houdende akte wijziging van eis van
Gentily,
– de akte overlegging producties 3 tot en met 17 van Solei,
– de akte houdende productie 18 van Gentily,
– de mondelinge behandeling van 9 februari 2026, waarvan door de griffier
aantekeningen zijn gemaakt,
– de spreekaantekeningen van mr. C.WI. van Vlokhoven, zoals deze zijn overgelegd
en voorgedragen op de mondelinge behandeling.
1.2.
Vervolgens heeft de rechtbank besloten om vonnis te wijzen.

2.De procedure in de vrijwaringszaak

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– het tussenvonnis van 28 mei 2025 en de daarin genoemde stukken,
– de akte overlegging producties 3 tot en met 17 van Solei,
– de mondelinge behandeling van 9 februari 2026, waarvan door de griffier
aantekeningen zijn gemaakt,
– de spreekaantekeningen van mr. C.W.I. van Vlokhoven, zoals deze zijn overgelegd
en voorgedragen op de mondelinge behandeling,
– de spreekaantekeningen van mr. C.N. van Dooren en mr. F.C.M. Teeuwen, zoals
deze zijn overgelegd en voorgedragen op de mondelinge behandeling.
2.2.
Vervolgens heeft de rechtbank besloten om vonnis te wijzen.

3.De feiten in de hoofd- en vrijwaringszaak

3.1.
Gentily houdt zich bezig met de teelt van bloemen.
3.2.
Solei houdt zich, onder meer, bezig met de bouw en exploitatie van systemen met betrekking tot duurzame energie.
3.3.
MWM is onderdeel van de Caterpillar Energy Solutions GmbH. De Caterpillar groep houdt zich bezig met de productie van gas- en dieselmotoren en generatorsets voor de opwekking van elektrische energie. MWM biedt ook advies-, (onderhoud)service- en ontwerpdiensten.
3.4.
Eind 2021 is Gentily met Solei in contact gekomen. Gentily was op zoek naar een warmtekrachtkoppeling (hierna: WKK-installatie), inclusief onderhoudscontract, en Solei had een dergelijke installatie in de verkoop. Het betrof een tweedehands WKK-installatie, waarop nog een bij MWM uit te dienen onderhoudscontract zat op naam van [B.V.] (de vorige eigenaar van de installatie). De WKK-installatie lag sinds 2019 gedemonteerd opgeslagen in Dodewaard.
3.5.
Op 27 en 28 december 2021 vond een e-mailwisseling plaats tussen Gentily en Solei. Gentily had nog vragen over de WKK-installatie. Op 28 december 2021 schreef Gentily Solei, voor zover van belang, het volgende:
“(…)
Ik wil alleen van tevoren weten wat we afspreken qua prijs voor de wkk. (en wat daar allemaal bij zit)
Wil wel de garantie hebben dat die draait zie in de onderhoudspapieren dat die al vanaf 2016 stil staat.
Wil kijken hoe snel ik hiermee wat terug kan verdienen en wat het risico is”
Later die dag schreef Gentily Solei het volgende:
“Ik moet van tevoren een totaalprijs weten ik ga niks doen op nacalculatie.
Ik moet weten wat we af gaan spreken voor de WKK incl. Plaatsen WKK en draaiend maken incl. onderhoudscontract.
Anders heeft het voor ons geen nut als ik geen prijs weet, dan schakel ik over naar een andere WKK”.
3.6.
In reactie hierop antwoordde Solei per e-mail van 28 december 2021:
‘Dat spreekt voor zich heb alles bij me
Vaste prijs zonder stelposten’
3.7.
Per e-mail van 5 januari 2022 heeft Solei voor Gentily de koopprijs voor de WKK-installatie inzichtelijk gemaakt. In deze opgave staat onder meer:

(…)
Betaling WKK Bij goedkeur MWM/bij opstarten
3.8.
Op 20 januari 2022 hebben Gentily en Solei een overeenkomst gesloten op grond waarvan Solei de WKK-installatie, inclusief het onderhoudscontract met MWM, aan Gentily zou leveren en bij Gentily zou opbouwen in een (verplaatsbare) container voor een bedrag van in totaal € 213.750,00. Gentily zou op grond van de overeenkomst ervoor zorgen dat de grond voldoende verdicht zou zijn, zodat de WKK-installatie geplaatst zou kunnen worden. Ook zou Gentily ervoor zorgen dat er op haar bedrijventerrein een aansluiting op de gasvoorziening beschikbaar zou zijn. In de overeenkomst staat verder, voor zover van belang, het volgende:
Totaal prijs installatie € 213.750,-
Opbouw prijs:
Prijs WKK TCG 2016 V 16 € 170.000,-
Prijs flat/rack container/montage € 43.750,-
Genoemde prijzen exclusief BTW
Betaling flatrack/container bij opdracht € 43.750,-
Aanvang werkzaamheden bij ontvangst van betaling
Overname onderhoudscontract MWM omsloten
Aantal resterende draaiuren ca 34.900 uur
Prijs per draaiuur tussen MWM/Gentily
akkoord bereikt 14-1-2022
Betaling WKK dag van opstart/dag van goedkeuring MWM
Opstart/in bedrijf nemen MWM (contract)
Levertijd 5-7 weken na aanvang”.
3.9.
Op 23 januari 2022 zocht Solei per e-mail contact met MWM in de persoon van de heer [naam 1] met het verzoek om aan haar een montagehandleiding van de WKK-installatie toe te zenden. De heer [naam 1] heeft het verzoek van Solei per interne e-mail met een kopie aan Solei doorgezet naar de heer [naam 2] van MWM.
3.10.
Op 25 januari 2022 hebben Gentily en MWM afgesproken dat het onderhoudscontract op de WKK-installatie zal overgaan naar Gentily nadat is voldaan aan – kort en zakelijk weergegeven – de navolgende voorwaarden:
- MWM moet de installatie controleren en in bedrijf stellen,
- na inbedrijfstelling moet MWM de installatie goedkeuren,
- na de goedkeuring treedt het onderhoudscontract in werking en wordt het contract verder
ingevuld,
- geconstateerde restpunten moeten binnen twee maanden zijn opgelost, behoudens
overmacht.
3.11.
Bij e-mail van 27 januari 2022 vroeg Solei aan de heer [naam 2] of zij voor technische vragen bij de heer [naam 2] terecht kon. In reactie daarop schreef de heer [naam 2] diezelfde dag aan Solei het volgende:
“Hierbij stuur ik u alvast onze layout of power plant, dit is onze montage handleiding waaraan de bouw van onze WKK power plant aan moet voldoen.
Ik zal nog een projectleider aanwijzen voor dit project, indien in de tussentijd vragen zijn zou je die aan mij kunnen stellen. Ik probeer die dan zo snel als mogelijk te beantwoorden”.
3.12.
Op 1 februari 2022 schreef de heer [naam 2] per e-mail aan Solei:
“Zoals belooft zou ik nog een projectleider aanwijzen voor dit project. Uw contact persoon is [naam 3] en hij is te bereiken op (…)”.
3.13.
Per e-mail van 28 februari 2022 heeft Gentily het tussen haar en MWM gesloten onderhoudscontract aan Solei toegezonden.
3.14.
Gentily is vervolgens aan de slag gegaan om haar perceel gereed te maken voor de plaatsing van de WKK-installatie.
3.15.
Op 11 januari 2023 heeft Solei bedongen dat Gentily 50% van de koop-/aanneemsom bij levering van de WKK-installatie aan Solei zou betalen en de overige 50% bij het opstarten van de installatie.
3.16.
Gentily heeft een bedrag van € 129.318,75 (inclusief btw) aan Solei betaald.
3.17.
Nadat de bouw van de WKK-installatie was afgerond heeft MWM op 1 februari 2023 op verzoek van Solei de installatie gekeurd. MWM heeft de WKK-installatie niet goedgekeurd en kenbaar gemaakt dat zij de installatie niet in onderhoud kan nemen.
3.18.
Per e-mail van 1 februari 2023 heeft Gentily Solei en MWM formeel in gebreke gesteld en hen in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 10 februari 2023 de WKK-installatie operationeel op te leveren.
3.19.
Op 2 februari 2023 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen MWM en Solei over de gebreken die de WKK-installatie volgens MWM heeft. Bij e-mail van 3 februari 2023 heeft de heer [naam 2] de gebreken ook schriftelijk aan Solei kenbaar gemaakt.
Deze e-mail wordt als volgt afgesloten:
“Zoals besproken ga jij deze punten per direct oppakken en aanpassen, wij zullen vanuit MWM regelmatig controles blijven uitvoeren.
Bij vragen e.d. kan je altijd contact met me opnemen”.
3.20.
Op 10 februari 2023 heeft Gentily Solei en MWM nogmaals een termijn gegeven om de WKK-installatie uiterlijk op 17 februari 2023 operationeel op te leveren.
3.21.
In reactie hierop berichtte Solei diezelfde dag per e-mail aan Gentily en MWM – voor zover van belang – het volgende:
“(…)
Wij als Solei Construct BV wijzen elke verantwoordelijkheid in deze af daar het MWM is met u als zijnde het “onderhoud contract”, dit onderhoud contract heeft een veel grotere aanmerkelijke waarde dan het belang van SC BV.
SC BV heeft geen enkel verantwoording voor het in gebruik nemen van de installatie, het is MWM die dit weigert op haar waarnemingen daar staat SC BV buiten. MWM heeft op geen enkele wijze in het jaar hiervoor duidelijk gemaakt door het overhandigen van stukken, documenten etc., waar de installatie aan moest voldoen qua MWM eisen en het causale verband tussen die eisen en het onderhoud contract duidelijk gemaakt.
SC BV wijst elke vorm van verantwoordelijkheid in deze af, en legt die volledig neer bij MWM, wij behouden ons alle rechten voor op de installatie aan te merken als eigendom van SC BV, in haar volledige entiteit en zullen alle kosten van SC BV gemaakt voor deze installatie verhalen”.
3.22.
Bij brief van 3 april 2023 heeft Solei Gentily gesommeerd tot betaling van € 129.318,75. Deze brief luidt verder – voor zover van belang – als volgt:
“(…)
In verband met het sluiten van de koopovereenkomst heeft uw organisatie al het onderhoudscontract op voorhand van de WKK-installatie bij MWM overgenomen van [B.V.] BV. MWM heeft bij die overname bepaald dat de WKK-installatie conform haar standaarden zou moeten zijn.
Uw organisatie heeft deze standaarden niet als product omschrijving in het koopcontract opgenomen, edoch slechts als betalingsconditie vermeld. Het is mitsdien aan u om voor de realisatie van de opstart en goedkeuring MWM zorg te dragen. Mijn cliënte staat daar buiten.
(…)
De geleverde WKK-installatie is deugdelijk en volgens het project no [nummer] van MWM gebouwd. MWM heeft te elfder ure zich ineens op het standpunt gesteld dat zij niet verder meewerkt aan overdracht van het onderhoudscontract en aan de opstart ervan. Argument daarvoor was dat zij de ruimte binnen de container te krap bemeten vond voor het plegen van onderhoud. Dat betekent echter niet dat er geen deugdelijke WKK-installatie is geleverd, maar dat de door u bedongen behuizing in de container MWM bij nader inzien als argument wordt gebruikt om de hakken in het zand te zetten, ondanks het tussen u beiden gesloten overnamecontract en ondanks de vorenvermeld bezoeken van MWM aan Soleil Construct BV ter beoordeling van de voortgang van de opbouw van de WKK-installatie”.
Solei Construct BV is van oordeel dat zij een deugdelijke installatie heeft geleverd en dat de weerbarstigheid van MWM te elfder ure door u moet worden bestreden en niet aan mijn cliënte kan worden tegen geworpen”.
3.23.
Bij brief van 11 april 2023 schreef Gentily aan Solei – kortweg – dat zij pas verplicht is tot betaling van het resterende deel van de koop-/aanneemsom op de dag na de dag waarop MWM de WKK-installatie heeft goedgekeurd. Gentily betwist dat zij geleverd heeft gekregen wat zij op basis van de overeenkomst mocht verwachten en verwijst daarbij naar de bijgevoegde e-mail van de heer [naam 2] van 3 februari 2023. Gentily verzocht Solei om een bevestiging dat Solei bereid is de WKK-installatie alsnog overeenkomstig de eisen van MWM op te leveren.
3.24.
In de daaropvolgende correspondentie tussen partijen hebben partijen hun standpunten gehandhaafd. Bij brief van 20 juni 2023 gaf Gentily Solei een laatste gelegenheid van veertien dagen om aan haar te bevestigen dat de WKK-installatie overeenkomstig de eisen van MWM zal worden opgeleverd. Die bevestiging bleef uit.
3.25.
Bij brief van 8 september 2023 heeft Gentily de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst ingeroepen en Solei gesommeerd tot terugbetaling van € 129.318,75 uiterlijk 15 september 2023. Aan deze sommatie heeft Solei niet voldaan.

4.Het geschil

in de hoofdzaak
in conventie
4.1.
Gentily vordert na wijziging van eis bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, samengevat:
I. een verklaring voor recht dat de overeenkomst tussen Gentily en Solei van 20 januari 2022 rechtsgeldig is ontbonden,
II. een veroordeling van Solei tot nakoming van de ongedaanmakingsverbintenissen, op straffe van verbeurte van een dwangsom,
III. een veroordeling van Solei tot (terug)betaling van de navolgende bedragen:
€ 129.318,75, € 117.533,24 en € 631.783,00, vermeerderd met rente en kosten.
4.2.
Gentily legt aan haar vordering ten grondslag dat zij van Solei niet geleverd heeft gekregen wat zij op grond van de overeenkomst tussen partijen mocht verwachten. Zij mocht verwachten dat aan haar een WKK-installatie zou worden geleverd die door MWM goedgekeurd zou worden. Daarvan is geen sprake. Solei verkeert in verzuim met de nakoming van de op haar rustende verbintenissen uit de overeenkomst. De overeenkomst is terecht buitengerechtelijk ontbonden. Solei is daarom verplicht om het al betaalde deel van de koop-/aanneemsom van € 129.318,75 aan Gentily terug te betalen. Daarnaast is Solei verplicht tot vergoeding van de schade die Gentily heeft geleden doordat de overeenkomst niet is nagekomen. Zo heeft zij haar perceel gereed gemaakt voor het plaatsen van de WKK-installatie. Dit heeft haar een bedrag van in totaal € 117.533,24 gekost. Ook is zij inkomsten misgelopen doordat zij geen stroom heeft kunnen terug leveren aan het net. Daarmee is een bedrag van in totaal € 631.783,00 gemoeid. Solei is over de verschuldigde bedragen de wettelijke handelsrente verschuldigd. Daarnaast is Solei een vergoeding voor de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente over deze kosten aan Gentily verschuldigd.
4.3.
Solei voert verweer. Solei concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Gentily, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Gentily en dat voor recht wordt verklaard dat Gentily ten onrechte tot ontbinding van de overeenkomst is overgegaan. Daarnaast, dat Gentily bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure, vermeerderd met rente.
4.4.
Op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
4.5.
Solei vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, samengevat, een veroordeling van Gentily tot betaling van € 129.318,75, vermeerderd rente en kosten.
4.6.
Solei legt aan haar vordering ten grondslag dat zij heeft voldaan aan haar verbintenissen uit de overeenkomst tussen partijen, zodat Gentily verplicht is het resterende deel van de overeengekomen koop-/aanneemsom van € 129.318,73 aan haar te betalen. Gentily verkeert met de betaling van voornoemd bedrag in verzuim, zodat Gentily ook de wettelijke handelsrente over dit bedrag verschuldigd is. Daarnaast is Gentily een vergoeding voor de gemaakte buitengerechtelijke kosten aan Solei verschuldigd.
4.7.
Gentily voert verweer. Gentily concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Solei dan wel tot matiging van de vorderingen van Solei, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Solei in de kosten van deze procedure, vermeerderd met rente.
4.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in de vrijwaringszaak
4.9.
Solei vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, samengevat, een veroordeling van MWM tot betaling van al hetgeen waartoe Solei in de hoofdzaak tegenover Gentily wordt veroordeeld en MWM te veroordelen in de kosten van deze procedure, vermeerderd met rente.
4.10.
Solei stelt dat als geoordeeld wordt dat zij aansprakelijk kan worden gehouden voor het niet goed opleveren van de WKK-installatie aan Gentily, dit een gevolg is van het feit dat MWM haar zorgplicht tegenover Solei heeft geschonden en dat MWM daarom verplicht is om Solei te vrijwaren.
4.11.
MWM voert verweer. MWM concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Solei dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Solei, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Solei in de kosten van deze procedure, vermeerderd met rente.

5.De beoordeling

in de hoofdzaak
in conventie en in reconventie
5.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze vorderingen gezamenlijk worden behandeld.
ontbinding gerechtvaardigd?
5.2.
In deze zaak gaat het om de (ver)koop en levering van een door Solei opgebouwde/geïnstalleerde WKK-installatie. De overeenkomst tussen partijen heeft daarmee zowel kenmerken van een koopovereenkomst als van een overeenkomst van aanneming van werk. Kernvraag tussen partijen is of ontbinding van de overeenkomst door Gentily gerechtvaardigd was. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt.
5.3.
Gentily baseert haar beroep op ontbinding op ondeugdelijk presteren door Solei. Gentily stelt dat zij op grond van de overeenkomst mocht verwachten dat aan haar een WKK-installatie zou worden geleverd die na het opstarten daarvan door MWM zou worden goedgekeurd en dat daarvan geen sprake is.
5.4.
Solei betwist dat. Solei stelt dat zij op grond van de overeenkomst een deugdelijke WKK-installatie, opgebouwd in een container, aan Gentily moest leveren en dat zij dat heeft gedaan. Solei stelt dat zij voor de werking van de WKK-installatie niet verantwoordelijk was en dat partijen de goedkeuring door MWM uitsluitend als betalingsvoorwaarde zijn overeengekomen.
uitleg overeenkomst
5.5.
Om te kunnen beoordelen of Solei is tekortgekomen in de nakoming van haar verplichtingen onder de overeenkomst, moet de rechtbank eerst vaststellen wat partijen zijn overeengekomen. Partijen verschillen daarover van mening. Het gaat hier met name om de volgende bepaling in de overeenkomst:
“Betaling WKK dag van opstart/dag van goedkeuring MWM”.
5.6.
Bij de uitleg van deze afspraak komt het aan op de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden van het geval over een weer in redelijkheid aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op wat zij in dat opzicht in redelijkheid van elkaar mochten verwachten (de zogenaamde Haviltex-maatstaf). Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang, waaronder de hoedanigheid van partijen en gedragingen en verklaringen van partijen en andere omstandigheden van voor, tijdens of na het sluiten van de overeenkomst.
5.7.
Uit de correspondentie die partijen hebben gevoerd voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst leidt de rechtbank af dat Gentily – zoals zij aanvoert – van Solei zekerheid wilde verkrijgen over de werking van de WKK-installatie, omdat deze al jaren stil stond. Gentily vroeg om een totaalprijs voor de WKK-installatie, inclusief het plaatsen en draaiend maken en inclusief onderhoudscontract, waarop Solei reageerde met ‘
Dat spreekt voor zich’en ‘
Vaste prijs zonder stelposten’. Verder staat in de offerte van Solei dat betaling zou plaatsvinden ‘
Bij goedkeur MWM/bij opstarten’en vermeldt de overeenkomst dat ‘
overname onderhoudscontract MWM’omsloten is en dat MWM zorgt voor de opstart of het in bedrijf nemen van de WKK-installatie. De rechtbank maakt hieruit op dat het de bedoeling van partijen was dat Solei een draaiende WKK-installatie zou opleveren inclusief een onderhoudscontract van MWM en dat daarvoor nodig was dat MWM de WKK-installatie zou goedkeuren en zou opstarten. Gelet hierop vindt de rechtbank dat Gentily redelijkerwijs mocht verwachten dat Solei een door MWM goedgekeurde WKK-installatie zou leveren en installeren. Het feit dat Solei na het sluiten van de overeenkomst – naar zij aanvoert – herhaalde malen aan MWM heeft gevraagd of er tekeningen beschikbaar waren die aangaven hoe MWM de installatie in een container gebouwd wenste te hebben, biedt verder steun aan die uitleg. Dat partijen de goedkeuring door MWM uitsluitend als betalingsvoorwaarde zijn overeengekomen, zoals Solei aanvoert, valt hier niet mee te rijmen. Niet valt in te zien waarom Solei de betaling van de WKK-installatie door Gentily afhankelijk zou stellen van de goedkeuring van MWM, die geen partij is bij de overeenkomst, als Solei – zoals zij aanvoert – uitsluitend verantwoordelijk was voor de levering van de installatie en niet ook voor de goedkeuring en werking daarvan. De rechtbank legt de overeenkomst dan ook zo uit dat dat Gentily mocht verwachten dat Solei een door MWM goedgekeurde WKK-installatie zou (op)leveren.
ondeugdelijk gepresteerd en verzuim
5.8.
MWM heeft de WKK-installatie niet goedgekeurd, omdat de installatie volgens MWM allerlei gebreken heeft. Daarmee staat vast dat Solei in de nakoming van haar verbintenissen uit de overeenkomst is tekortgeschoten. Aan het beroep van Solei op artikel 6:23 BW Pro en de daarin genoemde redelijkheid en billijkheid gaat de rechtbank voorbij. De rechtbank begrijpt dit beroep zo dat Solei vindt dat Gentily zich onvoldoende heeft ingespannen om de goedkeuring van MWM te verkrijgen en zelfs heeft belet dat MWM haar goedkeuring zou verlenen. Daarvan is echter niet gebleken en het is bovendien niet aannemelijk. Het lag op de weg van Solei om de goedkeuring van MWM te verkrijgen, zodat aan Gentily zekerheid kon worden gegeven over de werking van de WKK-installatie, zoals door Gentily bedongen. De stelling van Solei dat de WKK-installatie in gebruik kan worden genomen, omdat deze volgens haar geen gebreken kent, althans geen gebreken die aan de werking in de weg staan, leidt niet tot een ander oordeel. Dit is een discussie die tussen Solei en MWM moet worden gevoerd. Gentily mocht een door MWM goedgekeurde WKK-installatie verwachten. Die heeft zij niet van Solei geleverd gekregen.
verzuim
5.9.
Solei is laatst bij brief van 20 juni 2023 in gebreke gesteld en verzocht de WKK-installatie alsnog volgens de eisen van MWM op te leveren. Dit heeft Solei vervolgens niet gedaan. Gelet op de in die brief gegeven termijn van veertien dagen, verkeert Solei vanaf 4 juli 2023 in verzuim met de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst. Aan het standpunt van Solei dat sprake is van schuldeisersverzuim vanwege het uitblijven van betaling van de restantkoopsom gaat de rechtbank voorbij. Uit de overeenkomst volgt ten eerste duidelijk dat de (restant)koopsom pas verschuldigd was bij goedkeuring van de WKK-installatie door MWM. Die goedkeuring is uitgebleven. Bovendien heeft Solei al in februari 2023 te kennen gegeven dat zij zich niet verantwoordelijk achtte voor de goedkeuring door MWM, terwijl het verkrijgen van de goedkeuring door MWM was een kernverplichting van Solei was.
rechtsgeldige ontbinding en de gevolgen daarvan
5.10.
Gelet op de tekortkoming van Solei in de nakoming van deze kernverplichting was Gentily op grond van artikel 6:265 BW Pro bevoegd de overeenkomst tussen partijen te ontbinden. Dat heeft Gentily gedaan op 8 september 2023. De door Gentily gevorderde verklaring voor recht dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden wordt daarom toegewezen. Door de ontbinding van de overeenkomst zijn over en weer ongedaanmakingsverbintenissen ontstaan. Dit volgt uit artikel 6:271 BW Pro.
geen dwangsom
5.11.
Niet gesteld en niet gebleken is dat Solei geen uitvoering zal geven aan de op haar rustende verplichting om de reeds door haar van Gentily ontvangen prestatie ongedaan te maken. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om een dwangsom te verbinden aan de gevorderde nakoming van de ongedaanmakingsverbintenissen, zoals Gentily vordert. Gentily heeft namelijk onvoldoende gemotiveerd gesteld dat zij daarbij belang heeft.
terugbetaling koop-/aanneemsom en rente
5.12.
Solei is verplicht om het door Gentily al betaalde deel van de koop-/aanneemsom van € 129.318,73 aan Gentily terug te betalen. De vordering die daarop ziet wordt daarom toegewezen met uitzondering van de gevorderde wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW. De verbintenis tot terugbetaling vloeit niet voort uit een handelsovereenkomst, maar heeft het karakter van een ongedaanmakingsverbintenis. Daarom zal de gewone wettelijke (vertragings)rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro worden toegewezen. De overeenkomst is bij brief van 8 september 2023 ontbonden. Vanaf dat moment bestond voor Solei de verplichting om het bedrag van € 129.318,73 aan Gentily terug te betalen. In de brief is aan Solei een termijn voor terugbetaling gegeven van zeven dagen. De wettelijke rente over het bedrag van € 129.318,73 zal daarom worden toegewezen vanaf 15 september 2023.
schadevergoeding
5.13.
Gentily vordert verder een schadevergoeding. Nu Gentily terecht de overeenkomst heeft ontbonden vanwege een tekortkoming die aan Solei kan worden toegerekend, kan Gentily in beginsel aanspraak maken op schadevergoeding die het gevolg is van de tekortkoming en de ontbinding. Dit volgt uit artikel 6:277 BW Pro. Op grond van dat artikel wordt de verschuldigde schadevergoeding berekend door vergelijking van twee denkbare vermogenssituaties: enerzijds de situatie die zou zijn geweest als de overeenkomst deugdelijk door Solei was nagekomen, anderzijds de situatie die zou ontstaan na ontbinding zonder schadevergoeding na nakoming van de ongedaanmakingsverbintenissen. Hiervan uitgaande zal per door Gentily aangevoerd schadepost worden beoordeeld of, en zo ja, in hoeverre er grond is om Solei te veroordelen de gevorderde schadevergoeding aan Gentily te betalen.
kosten gereed maken perceel
5.14.
Gentily stelt dat zij voor een bedrag van € 117.533,24 aan kosten heeft gemaakt voor het gereed maken van haar perceel, zodat de WKK-installatie geplaatst kon worden. Gentily heeft deze stelling voldoende onderbouwd door het overleggen van facturen. Ontbinding en ongedaanmaking betekent niet dat dit nadeel wordt opgeheven. Solei is daarom in beginsel verplicht deze schade aan Gentily te vergoeden, tenzij de schade niet aan Gentily kan worden toegerekend.
5.15.
Ter zitting voerde Solei hierover aan dat in maart 2022 duidelijk werd dat op grond van de sinds 2018 geldende regelgeving de onderhavige WKK-installatie, een type 5%-generator, niet opnieuw op het netwerk mocht worden aangesloten en dat het werk dat daarna is verricht eigenlijk zinloos is geweest. Solei stelt dat het project toen al stopgezet had moeten worden. Gentily heeft dat betwist.
5.16.
Voor zover Solei hiermee betoogt dat de gestelde schade niet aan haar kan worden toegerekend, wordt dit betoog verworpen. Op Solei als aannemer van het project rust een waarschuwingsplicht. Als Solei wist dat hetgeen zij zou moeten leveren aan Gentily niet in overeenstemming kon worden gebracht met de geldende regelgeving, dan had zij de plicht om Gentily daarvoor te waarschuwen (artikel 7:754 BW Pro). Niet gesteld en niet gebleken is dat Solei Gentily daarvoor heeft gewaarschuwd. De gevolgen daarvan komen daarom voor haar rekening en risico.
5.17.
De door Gentily gemaakte kosten voor het gereed maken van haar perceel kunnen als schade aan Solei worden toegerekend. De gevorderde veroordeling van Solei tot vergoeding van deze schade wordt daarom toegewezen. Dit geldt niet voor de gevorderde wettelijke handelsrente over deze schadevergoeding. Die is hier niet van toepassing. De verplichting om de schade te vergoeden vloeit namelijk niet voort uit een handelsovereenkomst. Daarom zal de rechtbank de gewone wettelijke (vertragings)rente toewijzen. Deze rente zal worden toegewezen vanaf veertien dagen na datum dagvaarden, omdat niet gesteld en niet gebleken is dat Solei met betrekking tot het vergoeden van deze schade voorafgaand aan de procedure door Gentily in gebreke is gesteld.
gederfde inkomsten
5.18.
Gentily stelt dat zij met een goed werkende WKK-installatie inkomsten had kunnen genereren door het terug leveren van stroom aan het net. Door toedoen van Solei is zij die inkomsten misgelopen. De schade bedraagt volgens Gentily € 631.783,00. Ter onderbouwing hiervan verwijst Gentily naar het rapport van Samax BV van 18 juli 2025.
5.19.
Solei heeft de gevorderde schade betwist onder verwijzing naar een contra-rapport van de heer [naam 4] en het Memorandum van bevindingen review contrarapportage van [bedrijf] (hierna gezamenlijk aangeduid als: het contra-rapport). Daarnaast heeft Solei een beroep gedaan op de schadebeperkingsplicht van Gentily.
5.20.
Gentily heeft bij akte gereageerd op het contra-rapport. Solei heeft nog niet de gelegenheid gehad om hierop te reageren. Solei wordt daarom daartoe alsnog bij akte in de gelegenheid gesteld. Solei zal zich in die akte moeten beperken tot een schriftelijke reactie uitsluitend op het standpunt van Gentily over het contra-rapport.
reconventie
5.21.
Het voorgaande brengt mee dat de rechtbank de vordering van Solei in reconventie tot betaling van het resterende deel van de overeengekomen koop-/aanneemsom van € 129.318,75, vermeerderd rente en kosten, zal afwijzen. Door de rechtsgeldige ontbinding van de overeenkomst ontbreekt namelijk de grondslag voor deze vordering in reconventie.
aanhouding van beslissingen
5.22.
Omdat Solei nog de gelegenheid krijgt een akte in te dienen (zie 5.20) zal de rechtbank in de hoofdzaak iedere verdere beslissing aanhouden.
in de vrijwaringszaak
5.23.
In de hoofdzaak is komen vast te staan dat Solei tegenover Gentily schadeplichtig is, omdat zij toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenissen uit de overeenkomst met betrekking tot de WKK-installatie. Solei stelt dat MWM haar moet vrijwaren, omdat MWM haar zorgplicht tegenover Solei heeft geschonden. Op Solei rust de stelplicht en – bij voldoende betwisting – de bewijslast van haar stelling.
schending zorgplicht
5.24.
Solei stelt dat de bouw van de WKK-installatie heeft plaatsgevonden onder toezicht van MWM in de persoon van haar vertegenwoordiger de heer [naam 2] . Volgens Solei heeft de heer [naam 2] nooit aan Solei medegedeeld dat de bouw niet volgens de daaraan te stellen voorschriften plaatsvond en dat de installatie door MWM niet in gebruik zou kunnen worden genomen. MWM is ter zake kundig. Zij verzorgt beroepsmatig het onderhoud aan de WKK-installatie en weet waaraan de installatie moet voldoen om productie te kunnen leveren. MWM wist ook dat Solei de WKK-installatie volgens de daarvoor geldende voorschriften moest opleveren aan Gentily. Het lag daarom op de weg van MWM om Solei deugdelijk te informeren over de aanpassingen die Solei moest doen voordat de installatie aan Gentily zou worden opgeleverd. Door dat na te laten bij de drie controles die MWM heeft uitgevoerd tijdens de op- en inbouw van de WKK-installatie, heeft MWM in strijd gehandeld met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Dat is onrechtmatig en dat maakt MWM schadeplichtig tegenover Solei.
5.25.
MWM betwist dat partijen hebben afgesproken dat MWM toezicht zou houden op de op- en inbouw van de WKK-installatie. MWM stelt dat zij alleen heeft toegezegd dat zij de installatie na de oplevering zou keuren. De heer [naam 2] heeft de bouw van de WKK-installatie driemaal bezocht, maar zonder daartoe (contractueel) verplicht te zijn. Medio 2022 heeft de heer [naam 2] op verzoek van Solei onderdelen geïdentificeerd. Twee maanden later heeft de heer [naam 2] een vraag van de ontwerper van de uitlaatleiding beantwoord en in januari 2023 heeft hij op eigen initiatief en uit nieuwsgierigheid een loods in Gameren bezocht, waar onderdelen van de WKK-installatie naartoe waren verplaatst. Tijdens zijn bezoeken viel er weinig te zeggen over de (kwaliteit) van de verwachte oplevering van de WKK-installatie, omdat de installatie zich of niet op de bezochte locatie bevond of nog verre van voltooid was. Solei heeft tijdens de bezoeken geen enkele inhoudelijke vraag aan de heer [naam 2] gesteld en ook niet aan de heer [naam 2] gevraagd om de stand van de bouw te inspecteren. Bovendien is Solei zelf deskundig op het gebied van (toezicht op) de bouw van dergelijke installaties en heeft MWM voorafgaand aan de bouw de inbouwvoorschriften (layout of power plants) met Solei gedeeld. Betwist wordt daarom dat MWM onzorgvuldig tegenover Solei heeft gehandeld in de door Solei gestelde zin.
5.26.
De rechtbank is van oordeel dat Solei niet voldoende gemotiveerd heeft gesteld en dat ook niet is gebleken dat MWM zich contractueel tegenover Solei had verbonden tot het houden van toezicht op de op- en inbouw van de WKK-installatie. Dat MWM daartoe wettelijk verplicht was, is niet gesteld en ook dat is niet gebleken. Uit een op MWM rustende toezichthoudende taak kan dus niet enige zorgplicht van MWM zijn voortgevloeid. Bij de beoordeling van de vraag of MWM zich schuldig heeft gemaakt aan schending van een uit ongeschreven recht voortvloeiende zorgplicht, komt het aan op een weging van alle omstandigheden van het geval. De rechtbank is van oordeel dat MWM geen zorgplicht tegenover Solei heeft geschonden en overweegt daartoe als volgt.
5.27.
Voor de kwalificatie van een schadeveroorzakende gedraging als ‘onzorgvuldig’ is vereist dat degene die deze gedraging heeft verricht, wist of had behoren te weten dat hij daarmee de belangen van anderen, in dit geval Solei, in gevaar bracht. In dit kader heeft Solei ter zitting nog aangevoerd dat de heer [naam 2] al bij zijn eerste bezoek de flatrack c.q. bodemplaat (hierna: flatrack) van de WKK-installatie heeft gezien, dat de heer [naam 2] daar overheen is gelopen en heeft gezegd dat deze stevig genoeg was, terwijl bij de oplevering de flatrack als een gebrek is gekwalificeerd. Het vervangen van de flatrack staat volgens Solei gelijk aan het volledig demonteren van de WKK-installatie en het opnieuw opbouwen daarvan.
5.28.
Wat Solei in haar stukken en ter zitting heeft aangevoerd rechtvaardigt niet de conclusie dat MWM onzorgvuldig heeft gehandeld door Solei niet te informeren in de door haar gestelde zin. Nog buiten beschouwing gelaten dat MWM betwist dat de heer [naam 2] heeft gezegd dat de flatrack stevig genoeg is, is van belang of de heer [naam 2] /MWM anders had moeten handelen. De rechtbank vindt van niet. Zo heeft Solei niet weersproken dat de heer [naam 2] onverplicht op verzoek van Solei op de betreffende locatie aanwezig was om onderdelen te identificeren en dat Solei hem geen inhoudelijke vragen heeft gesteld. Niet gesteld en niet gebleken is dat aan de heer [naam 2] is gevraagd om de flatrack op geschiktheid te beoordelen en dat aan hem productgegevens zijn verschaft op grond waarvan hij een gefundeerd oordeel over de geschiktheid kon gegeven. Op grond waarvan dan toch van de heer [naam 2] mocht worden verwacht dat hij op eigen initiatief onderzoek zou doen naar de geschiktheid van de flatrack en zijn bevindingen met Solei zou delen, is niet duidelijk geworden. Van belang is verder dat MWM ter zitting heeft verklaard dat het niet zo is dat op een flatrack niet gebouwd kan worden, maar dat het gaat om de wijze waarop daarop gebouwd wordt. Solei heeft niet weersproken dat zij zelf deskundig is ten aanzien van de bouw van dergelijke installaties en dat MWM de inbouwvoorschriften (layout of power plants) met Solei heeft gedeeld. Evenmin heeft Solei weersproken dat tijdens de bezoeken van de heer [naam 2] er weinig te zeggen viel over de (kwaliteit) van de verwachte oplevering van de WKK-installatie, omdat de installatie op dat moment nog verre van voltooid was. Bezien in het licht van deze omstandigheden kan niet worden aangenomen dat de heer [naam 2] bij zijn bezoeken bekend was of bekend behoorde te zijn met de gebreken aan de WKK-installatie, die bij de oplevering zijn vastgesteld. Daarvoor heeft Solei niet voldoende gesteld. Aan bewijslevering wordt daarom niet toegekomen. De rechtbank concludeert daarom dat MWM niet onzorgvuldig tegenover Solei heeft gehandeld.
5.29.
Kortom, niet is komen vast te staan dat MWM een op haar rustende zorgplicht heeft geschonden of dat MWM anderszins onrechtmatig tegenover Solei heeft gehandeld. Aan de vereisten voor schadevergoeding van artikel 6:162 BW Pro is daarom niet voldaan. Daarmee ontbreekt de grondslag voor de vordering tot vrijwaring. Deze vordering wordt daarom afgewezen.
proceskosten (inclusief nakosten)
5.30.
Solei is geheel in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van MWM worden begroot op:
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.306,00
(2 × tarief € 653,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.209,00
5.31.
De verzochte wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten worden als niet weersproken toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De rechtbank
in de hoofdzaak
in conventie
6.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 27 mei 2026 voor het nemen van een akte door Solei over hetgeen is vermeld onder 5.20,
in conventie en in reconventie
6.2.
houdt iedere verdere beslissing aan,
in de vrijwaringszaak
6.3.
wijst de vordering af,
6.4.
veroordeelt Solei in de proceskosten van € 2.209,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Solei niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.5.
veroordeelt Solei tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald.
Dit vonnis is gewezen door mr. De Vlieger en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.